Naar de inhoud
Producten en materialen

De zonneboiler in de EPB-berekening: wanneer hij volstaat en wanneer niet

· bijgewerkt op 27 augustus 2026

De zonneboiler heeft in EPB een merkwaardige positie. Hij is een van de slechts twee technieken die bij nieuwbouw nog meetellen voor het minimumaandeel hernieuwbare energie, en tegelijk zelden de techniek die de eis alleen invult. Dat komt niet doordat hij slecht presteert, maar doordat hij maar één deel van uw energievraag aanpakt: het sanitair warm water.

Dit artikel gaat over woningbouw. Voor niet-residentiële eenheden gelden hogere drempels; die staan hieronder telkens vermeld. Voor industrie geldt de eis op hernieuwbare energie niet, ook niet bij een ingrijpende energetische renovatie.

Waar de zonneboiler meetelt: het minimumaandeel

De EPB-regelgeving legt een minimumaandeel hernieuwbare energie op bij nieuwbouw en bij een ingrijpende energetische renovatie. Bij een gewone renovatie bestaat die eis niet. Wat er per situatie geldt, staat volledig uitgewerkt in het minimumaandeel hernieuwbare energie; hier kijken we specifiek naar de rol van de zonneboiler.

SituatieDrempelTelt de zonneboiler mee?
Nieuwbouw woning, aanvraag vanaf 1 januari 202515 kWh/m² bruto vloeroppervlakteja, samen met PV de enige twee toegelaten technieken
Nieuwbouw niet-residentiële eenheid, aanvraag vanaf 1 januari 202520 kWh/m²ja
Ingrijpende energetische renovatie, aanvraag vanaf 1 januari 202320 kWh/m²ja, naast PV, warmtepomp, warmtepompboiler, biobrandstof en stadsverwarming
Gewone renovatiegeen eisniet van toepassing

Het verschil tussen die rijen is het punt dat het meest verrast. Bij nieuwbouw met een aanvraag vanaf 2025 wordt voor het minimumaandeel enkel nog gekeken naar de eigen productie via thermische en fotovoltaïsche zonne-energiesystemen, dus via zonneboilers en zonnepanelen. Warmtepomp, warmtepompboiler, biomassa en stadsverwarming, die tot en met 2024 wél meetelden, doen dat bij nieuwbouw niet meer. De reden die EPB-Pedia zelf geeft: fossielvrij verwarmen wordt sowieso de standaard omdat een gasaansluiting geen optie meer is.

Bij een ingrijpende energetische renovatie blijft de lijst breed, en mogen bovendien bestaande zonnepanelen meegerekend worden.

Zoals bij bijna elke EPB-regel hangt dit aan de datum van uw vergunningsaanvraag of melding, niet aan de start van de werken. Een nieuwbouwdossier met een aanvraag uit 2024 draagt dus nog de oude, ruimere lijst.

Wanneer hij volstaat, en wanneer niet

Een zonneboiler dekt in de praktijk vooral het sanitair warm water. Hoeveel kilowattuur hij daarmee oplevert, hangt af van het collectoroppervlak, de oriëntatie, de helling, de beschaduwing en de warmtevraag van het gezin. Die opbrengst wordt daarna afgezet tegen de drempel per vierkante meter bruto vloeroppervlakte, en dáár zit de kern van de rekensom.

Kleine woning, veel warmwatervraag: de zonneboiler haalt de 15 kWh/m² mogelijk alleen. Grote woning, beperkte warmwatervraag: dezelfde zonneboiler produceert nauwelijks meer, maar de noemer is een stuk groter, en dan blijft er een tekort. Een zonneboiler die op het ene dossier volstaat, volstaat dus niet op het volgende, ook al hangt hij op hetzelfde dak.

Daarom is de combinatie zonneboiler plus PV in de praktijk de gebruikelijke oplossing bij nieuwbouw. Beide technieken mogen naast elkaar ingezet worden om samen de drempel te halen.

Haalt u het minimumaandeel niet, dan volgt er geen aparte boete: de E-peileis verstrengt met 15%. Haalt u dat strengere E-peil niet, dan komt er alsnog een administratieve boete voor het niet behalen van het E-peil. Wordt bovendien de eis op lagetemperatuurverwarming niet gehaald, dan verstrengt de E-peileis in totaal met 30%. Die tweede eis staat in lagetemperatuurverwarming en vloerverwarming.

Er is een alternatief: participatie

Krijgt u het dak niet vol, dan bestaat er een uitweg die geen enkele techniek op uw eigen site vraagt: participatie in een hernieuwbaar energieproject. Ze is bewust duurder gemaakt dan zelf produceren, en ligt altijd 10 kWh/m² hoger dan het gewone eisenniveau.

Bij nieuwbouw van een woning betekent volledige participatie dus minstens 25 kWh/m² bruto vloeroppervlakte (de 15 plus 10), aan minstens 75 eurocent per kWh, en dus minstens 18,75 euro per m². Voor een niet-residentiële eenheid is dat 30 kWh/m² en minstens 22,50 euro per m². Bij een IER geldt 30 kWh/m² en 22,50 euro per m².

Gedeeltelijke participatie mag ook, als aanvulling op een eigen maatregel, en ook dan geldt de bijtelling van 10 kWh/m². Het voorbeeld dat EPB-Pedia zelf geeft: de eis is 15 kWh/m², u haalt al 10 kWh/m² met zonnepanelen, dan moet u nog 15 kWh/m² (5 plus 10) in participatie investeren, wat aan 75 eurocent per kWh neerkomt op 11,25 euro per m².

Dat maakt de rekensom concreet: een zonneboiler die u 5 kWh/m² dichter bij de drempel brengt, spaart u een navenant bedrag aan participatie uit. Die vergelijking maken wij liefst vóór de installatie besteld wordt.

Wat de zonneboiler doet met uw E-peil

Naast de eis op hernieuwbare energie werkt een zonneboiler ook door in het E-peil zelf, en daar zit hij bijzonder gunstig.

Voor een thermisch zonne-energiesysteem wordt de conventionele omrekenfactor naar primaire energie gelijkgesteld aan 0. Warmte die uit de collector komt, kost in de EPB-rekenmethode dus geen primaire energie. Bij externe warmtelevering bedraagt het hernieuwbare aandeel van de zonnecollector 1, en het opwekkingsrendement 0,97, of 1,00 wanneer de warmtewisselaar of het buffervat geïsoleerd is conform de minimale eisen uit de regelgeving. Dat is een van die kleine details waar een correcte uitvoering rechtstreeks in het resultaat te zien is: laat het buffervat isoleren en laat dat vaststellen.

Eén post werkt de andere kant op. De circulatiepomp in een thermisch zonne-energiesysteem moet wél ingerekend worden als hulpenergie, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de pomp tussen de opwekker en het opslagvat, die enkel bij het opladen werkt en dus niet meetelt. Voor bouwaanvragen tot en met 2017 werd die hulpenergie nog forfaitair in de methode voor thermische zonne-energie ingerekend; in de huidige methode is dat niet meer zo. Ook hier bepaalt uw aanvraagdatum welke regel geldt.

Beschaduwing: het punt waar dossiers geld verliezen

Een zonneboiler op een dakvlak met een schouw, een dakkapel of een aanpalende woning ernaast levert minder op, en de EPB-software rekent dat mee. Voor de manier waarop u dat invoert, bestaat er een verschil tussen collectoren en panelen dat u moet kennen:

  • bij een thermisch zonne-energiesysteem mag u kiezen tussen de waarde bij ontstentenis en een gedetailleerde berekening, waarbij u zelf de vier hoeken invult;
  • bij fotovoltaïsche zonnepanelen kunt u niet voor de waarde bij ontstentenis kiezen: de beschaduwing moet altijd in detail ingegeven worden.

Voor een onbeschaduwd zuidgericht dak loont de detailingave altijd, want de waarde bij ontstentenis gaat uit van een ongunstiger situatie dan de uwe. Hoe dat mechanisme in het algemeen werkt, staat in de waarde bij ontstentenis.

Let er verder op dat de oriëntatie van zonnecollectoren en zonnepanelen in EPB als zonontvangend vlak wordt ingerekend, net als die van vensters en transparante delen. Beide gegevens, oriëntatie en helling, horen dus correct op plan te staan.

Wat u moet aanleveren

Sinds 2023 moet de verslaggever de belangrijkste stavingsstukken uit het technische EPB-dossier opladen op de energieprestatiedatabank. De zonneboiler valt daarbij onder de rubriek “overige maatregelen”, samen met zonwering en beschaduwing, de fotovoltaïsche installatie en de verlichting. Die stukken moeten opgeladen worden als de maatregel voorkomt en er niet met de waarde bij ontstentenis gerekend is. Een lijst van stukken die de verslaggever lokaal bewaart, volstaat niet: de stukken zelf moeten per rubriek op de databank staan.

Praktisch betekent dat: bewaar de technische fiche van de collectoren met het aperturoppervlak en de thermische eigenschappen, de fiche van het opslagvat met het volume en de isolatie ervan, en de factuur met het projectadres. Fotografeer de installatie op het dak vóór de stelling weg is. Wat wel en niet standhoudt, staat in geldige stavingsstukken, en de gevolgen van ontbrekende stukken in stavingsstukken en uw E-peil.

Twee dingen die een zonneboiler niet doet

Om verwarring te vermijden, twee afbakeningen.

Een zonneboiler is geen warmteopwekker voor de IER-toets. Wordt een bestaande zonneboiler vervangen terwijl de verwarmingsketel behouden blijft, dan is er géén ingrijpende energetische renovatie maar een gewone renovatie: de meest doorslaggevende verbruiker blijft immers behouden. Zo’n dossier toch als IER inrekenen kan leiden tot een boete voor het niet voldoen aan de E-peileis. Meer daarover in de ingrijpende energetische renovatie.

En een zonneboiler helpt niet aan de installatie-eisen. De eis op lagetemperatuurverwarming en het minimale installatierendement van 130% slaan op de centrale verwarming met water en worden per EPB-eenheid beoordeeld op de preferente warmteopwekker. Zie installatie-eisen verwarming.

Ook vakgenoot mijnepb.be behandelt dit onderwerp, in een artikel over de zonneboiler.

Wilt u weten hoeveel kilowattuur per vierkante meter uw zonneboiler in úw dossier oplevert, en of u er PV of participatie bij nodig hebt, dan rekenen wij die scenario’s vooraf door binnen onze EPB-verslaggeving. Loop de offerte-configurator door of neem contact op met uw dakplan en de fiche van de installatie.

Hier zelf mee te maken?

Bekijk wat wij doen, of vraag meteen een richtprijs voor uw eigen project.

Een vraag over uw eigen werf?

Wij denken liever vooraf mee dan achteraf te herstellen. Bellen kost u niets.