Naar de inhoud
Producten en materialen

Uw E-peil verlagen: waar dat cijfer echt van beweegt

· bijgewerkt op 27 augustus 2026

Het E-peil vergelijkt het karakteristiek jaarlijks primair energieverbruik van uw gebouw met dat van een referentiegebouw. U verlaagt het langs vier wegen: een betere schil, betere installaties, meer eigen hernieuwbare productie, en waarden die u kunt aantonen in plaats van waarden die de software mag veronderstellen. Die laatste weg kost het minst en wordt het vaakst overgeslagen.

Dit artikel gaat over woningbouw. Voor een nieuwe woning ligt de eis op maximaal E30 per wooneenheid, bij een ingrijpende energetische renovatie op maximaal E60. Voor niet-residentiële gebouwen wordt de eis per functie bepaald en gewogen naar oppervlakte; bij bestemming industrie bestaat er helemaal geen E-peileis. Bij een gewone renovatie van een woning evenmin: daar wordt geen E-peil berekend en komt er dus ook geen EPC-bouw.

Waar het cijfer uit opgebouwd is

In het karakteristiek verbruik van een wooneenheid tellen ruimteverwarming, sanitair warm water, ventilatie, koeling, hulpenergie en de eigen productie via zonnepanelen of warmtekrachtkoppeling mee. Elektriciteit krijgt omrekenfactor 2,5, fossiele brandstoffen factor 1. De berekening werkt met een vaste binnentemperatuur van 18 °C en forfaitaire interne warmtewinsten: het is dus een karakteristiek verbruik en geen voorspelling van uw factuur.

Dat verklaart meteen waarom sommige keuzes zwaarder wegen dan bouwheren verwachten. Directe elektrische ruimteverwarming is bij nieuwbouw sterk nadelig voor het E-peil, behalve bij een zeer lage warmtevraag, precies omdat elektriciteit met factor 2,5 doorweegt.

Knop 1: de schil

De schil bepaalt de netto energiebehoefte, en dus het vertrekpunt van alles wat daarna komt. Isolatie, glas, bouwknopen en luchtdichtheid werken door in het E-peil én in het S-peil, dat bij een nieuwe wooneenheid apart getoetst wordt op maximaal S28.

Van al die eigenschappen is de luchtdichtheid de enige die niet uit een technische fiche komt: die wordt gemeten. Zonder meting is er geen gekende waarde en moet de verslaggever met een aanname werken. Een blowerdoortest brengt de werkelijke waarde in de berekening.

Ook thermische massa telt mee. Een hogere thermische massa verhoogt de benuttingsfactor van de interne warmtewinsten en de zonnewinsten, wat doorgaans leidt tot een lagere netto energiebehoefte, een lager E-peil en meteen ook een lagere oververhittingsindicator.

Knop 2: de installaties, met twee eisen die u niet mag missen

Bij nieuwbouw met een E-peileis moet centrale verwarming met water op lage temperatuur werken: de ontwerpvertrektemperatuur bedraagt maximaal 45 °C, aan te tonen met een conforme dimensioneringsnota van het afgiftesysteem. Die eis geldt voor vergunningsaanvragen vanaf 1 januari 2023 en niet bij een ingrijpende energetische renovatie.

Daarnaast geldt sinds vergunningsaanvragen vanaf 1 januari 2025 bij nieuwbouw én bij een ingrijpende energetische renovatie een minimaal installatierendement van 130%, opnieuw enkel bij centrale verwarming met water als transportmedium. Verwarmen met alleen een fossiele ketel haalt dat niet meer: er is minstens een hybride warmtepomp nodig. Bij nieuwbouw valt die hybride optie weg, want voor bouwvergunningsaanvragen vanaf 2025 is een aardgasaansluiting bij nieuwbouw niet meer toegestaan.

De twee eisen worden verschillend gesanctioneerd, en dat is voor uw E-peil bepalend:

Eis niet gehaaldGevolg
Lagetemperatuurverwarming (45 °C), bij nieuwbouwde E-peileis verstrengt met 15%
Minimumaandeel hernieuwbare energie, bij nieuwbouwde E-peileis verstrengt met 15%, dus maximaal E26 in plaats van E30
Minimumaandeel hernieuwbare energie, bij een IERde E-peileis verstrengt met 10%
Beide bovenstaande, bij nieuwbouwde E-peileis verstrengt in totaal met 30%
Minimaal installatierendement van 130%geen E-peilverstrenging, maar een rechtstreekse boete: 1 euro per procent afwijking van de 130% en per m² bruto vloeroppervlakte, met een maximum van 25 euro per m²

Haalt u dat strengere E-peil alsnog, dan volgt er geen boete. Haalt u het niet, dan is het de E-peileis zelf die niet gehaald is.

Knop 3: hernieuwbare energie

Bij nieuwbouw van een woning met vergunningsaanvraag vanaf 2025 moet er minstens 15 kWh per m² bruto vloeroppervlakte per jaar aan zonne-energie voorzien worden, uitsluitend via fotovoltaïsche panelen of een zonneboiler. Warmtepomp, warmtepompboiler, biomassa en stadsverwarming tellen daar sinds 2025 niet meer voor mee. Het enige alternatief is participatie, en die ligt telkens 10 kWh/m² hoger dan het gewone eisenniveau.

Bij een ingrijpende energetische renovatie ligt de eis op minstens 20 kWh/m², met een ruimere lijst technieken: naast zonnepanelen en zonneboiler komen daar wel nog warmtepomp, warmtepompboiler, biobrandstofketel of -kachel en stadsverwarming in aanmerking. Bij een IER mogen bestaande zonnepanelen bovendien meegerekend worden.

Sinds EPB-aangiftes die vanaf 20 juli 2026 ingediend worden, mogen bestaande zonnepanelen ook bij nieuwbouw ingerekend worden, op twee voorwaarden: de installatie mag niet van een andere site verhuisd zijn, en enkel het deel dat nog niet aan een andere EPB-eenheid is toegekend telt mee. Hoe de eis in elkaar zit, leest u in 15 of 20 kWh/m² hernieuwbare energie.

Knop 4: ventilatie, en het verslag dat het cijfer stuurt

Ventilatie weegt op twee manieren in het E-peil. De ventilatieverliezen worden vermenigvuldigd met een m-factor, die bij ontstentenis de waarde 1,5 krijgt, vanuit de veronderstelling dat er geen bijzondere aandacht is besteed aan een perfecte uitvoering. Toont u een betere uitvoeringskwaliteit aan, dan daalt die factor: tot 1,26 bij systeem A, 1,17 bij systeem B, 1,017 bij systeem C en 1,00 bij systeem D.

Daarnaast is er het ventilatieprestatieverslag, dat bij nieuwbouw en bij een ingrijpende energetische renovatie van een woongebouw door een erkende ventilatieverslaggever wordt opgemaakt. Ontbreekt het, dan blijft een geldige aangifte mogelijk, maar worden de prestaties als niet gekend beschouwd: alle hygiënische ventilatiedebieten komen op 0,000 m³/h, er wordt geen enkele toevoer-, doorstroom- of afvoeropening gerapporteerd, en de m-factor krijgt opnieuw 1,5. Het gevolg is een hoger E-peil, plus boetes. Wat wij daarin doen, staat bij ventilatieverslaggeving.

Knop 5: aantoonbare waarden in plaats van aannames

De aangifteplichtige kan zaken in detail laten meerekenen of de verslaggever laten werken met standaardwaarden. Detailberekeningen kunnen leiden tot een lager en dus beter E-peil. Om detailwaarden te mogen meerekenen heeft de verslaggever extra metingen, testen of geldige bewijsstukken nodig.

Zijn er geen gegevens gekend, noch via een visuele inspectie noch via bewijs, dan moet de waarde bij ontstentenis gekozen worden. Dat is geen schatting en geen voordeel van de twijfel: het is de veilige waarde uit de regelgeving. Voor sommige zaken bestaat er niet eens een waarde bij ontstentenis, bijvoorbeeld voor de dikte en het type van een isolatiemateriaal; dan wordt uitgegaan van de slechtste situatie, namelijk dat er geen isolatie aanwezig is. Eén zo’n aanname is meestal op te vangen. Vier of vijf ervan naast elkaar tillen het E-peil merkbaar omhoog, soms net over de eis heen. Hoe dat werkt, staat in de waarde bij ontstentenis; welke stukken de toets doorstaan, in welke stavingsstukken tellen.

Voor producten uit de EPB-productgegevensdatabank ligt het eenvoudiger: die gegevens zijn erkend en er hoeft geen extra staving bij de fabrikant opgevraagd te worden. Twee producten met dezelfde prestatie zijn dus niet gelijkwaardig in het dossier wanneer het ene wel en het andere niet degelijk gedocumenteerd is.

Wat het ontwerp er stilzwijgend bij optelt

Eén post komt vaak ongemerkt in het E-peil terecht: koeling. Zodra de oververhittingsindicator van een nieuwe wooneenheid boven 1000 Kh uitkomt, rekent de software een netto energiebehoefte voor koeling in, ook al voorziet u geen koelinstallatie. Die inrekening loopt lineair op tot 6500 Kh, waar de eis zelf ligt. Zonwering, oriëntatie, glasoppervlak en thermische massa sturen dus twee cijfers tegelijk. Zie oververhitting.

Vier gewoonten op de werf

Bewaar elke factuur met het projectadres of het kadastrale nummer erop, want zonder die verwijzing is ze moeilijk toe te wijzen aan uw woning. Fotografeer voordat er iets dichtgaat: isolatie in de spouw, isolatie onder de chape, het dampscherm en de aansluitingen, telkens één detailfoto en één overzichtsfoto zodat de plaats eenduidig te lokaliseren is. Fotografeer de kenplaten van de toestellen, want daarop staan type en vermogen van de warmtepomp, de ketel of de ventilatie-unit. En geef wijzigingen meteen door: ander glas of een ander merk isolatie is geen probleem zolang uw verslaggever het weet en de fiche krijgt.

Het moment telt, want de EPB-aangifte is na de definitieve indiening onveranderlijk: aanpassingen achteraf hebben geen invloed meer op de berekende boete en leiden niet tot een herrekening.

Bouwt of verbouwt u en wilt u weten wat er in uw geval gevraagd wordt, bekijk dan hoe wij particuliere bouwheren begeleiden of bereken uw richtprijs. Twijfelt u of uw huidige dossier goed onderbouwd is, neem dan contact op.

Hier zelf mee te maken?

Bekijk wat wij doen, of vraag meteen een richtprijs voor uw eigen project.

Een vraag over uw eigen werf?

Wij denken liever vooraf mee dan achteraf te herstellen. Bellen kost u niets.