Oververhitting: de eis van 6500 Kh en de drempel van 1000 Kh
· bijgewerkt op 27 augustus 2026
De oververhittingsindicator moet onder de maximale waarde van 6500 Kh blijven. Die eis geldt uitsluitend bij nieuwbouw of gelijkwaardige werken van woongebouwen, en wordt afgetoetst per wooneenheid, bij een appartementsgebouw dus per appartement, voor bouwaanvragen vanaf 1 januari 2006.
Dat toepassingsgebied is smal, en wordt vaak te ruim gelezen. Bij een gewone renovatie en bij een IER van een woning geldt deze eis niet. Voor niet-residentiële gebouwen en voor industrie bestaat ze helemaal niet: daar blijft de binnenklimaat-eis beperkt tot minimale ventilatievoorzieningen. Koeling telt daar wel mee in de energieprestatieberekening, maar er ligt geen grenswaarde op de oververhitting.
Wat 6500 Kh betekent
Kh staat voor kelvinuur. De rekenmethode telt over het jaar op hoeveel graden de binnentemperatuur boven een referentiewaarde uitkomt en hoe lang dat aanhoudt. Hoe hoger het getal, hoe langer het gebouw op papier te warm staat.
Het is een berekend cijfer, geen meting: een sterk vereenvoudigde raming per energiesector, terwijl de eis afgetoetst wordt op het niveau van de wooneenheid. U wordt dus afgerekend op de eigenschappen van het gebouw, niet op uw gedrag. Elke knop is daardoor vooraf door te rekenen.
Dat de grens vandaag op 6500 Kh ligt, is geen verstrenging geweest. Voor bouwaanvragen tot en met 31 december 2013 lag de maximale waarde op 17.500 Kh, met een drempel van 8000 Kh. Die getallen zijn met de gewijzigde rekenmethode meegeschoven, niet met een strengere ambitie.
De tweede drempel: 1000 Kh
6500 Kh is de grens waarboven u niet voldoet. Een tweede waarde begint veel eerder te wegen en is geen eis: 1000 Kh.
De software vertaalt de indicator naar een kans op actieve koeling. Die verhouding ligt vast:
| Oververhittingsindicator | Kans op actieve koeling | Gevolg |
|---|---|---|
| onder 1000 Kh | 0% | er wordt geen netto energiebehoefte voor koeling ingerekend |
| tussen 1000 en 6500 Kh | lineair oplopend van 0 naar 100% | koeling wordt ingerekend in verhouding tot de kans; het E-peil stijgt mee |
| boven 6500 Kh | 100% | de eis op het beperken van oververhitting is niet behaald |
Zodra die kans groter is dan nul, rekent de software een netto energiebehoefte voor koeling in die uw E-peil verhoogt, ook al voorziet u geen koelinstallatie. Een ontwerp op 5000 Kh voldoet formeel aan de eis, maar draagt in het E-peil al een zware koellast mee.
De reden staat er uitdrukkelijk bij: een indicator onder de maximale waarde biedt geen garantie dat er nadien geen oververhittingsproblemen optreden. Daarom wordt ook de kans berekend dat er later alsnog een koelinstallatie komt. Voor een bouwheer is 1000 Kh daarmee vaak het bruikbaardere richtcijfer.
De knoppen die het cijfer bepalen
De regelgeving noemt zelf de ontwerpmaatregelen die het oververhittingsrisico beperken.
De oriëntatie van de vensters en de hoeveelheid beglazing. De oriëntatie van transparante delen heeft een grote invloed op de warmtewinsten.
Een lage zonnetoetredingsfactor van de beglazing. Zonwerend glas verlaagt de indicator, maar laat in de winter ook minder gratis warmte binnen. Een afweging, geen automatische verbetering.
Een effectieve zonwering aan de vensters met directe bezonning, en beschaduwing. De rekenmethode kijkt naar de plaats, de reductiefactor en de bediening: vast, mobiel handbediend of mobiel automatisch. Automatische bediening telt enkel mee met een automatisch gestuurde activator plus een zonnesensor op dezelfde oriëntatie als het venster, of een afwezigheidssensor. Zonwering die niet in het vlak van het venster staat, zoals een markies, telt enkel mee wanneer de zonnetransmissiefactor onder 30% ligt.
Meer thermische massa. Metselwerk of beton in plaats van een lichte bouwwijze verhoogt de benuttingsfactor, wat doorgaans leidt tot een lager E-peil en een lagere oververhittingsindicator. De impact is niet groot, maar werkt de goede kant op.
Voorzieningen voor intensieve ventilatie en nachtelijke ventilatie. Te openen vensters laten toe de warmte er ‘s nachts weer uit te krijgen. Wat daarvan in de berekening terechtkomt, staat hierna.
Ventilatieve koeling: wat de rekenmethode wel en niet meetelt
Warmte er ‘s nachts weer uit ventileren is de goedkoopste knop. In de EPB-berekening zit die anders in elkaar dan verwacht.
Wat wel meetelt, is de aanvullende ventilatie door het openen van vensters. Voor bouwaanvragen vanaf 1 januari 2018 leidt de software dat bijkomende debiet niet meer af uit de netto oppervlakte van de opengaande delen, maar uit het volume van de eenheid maal een factor die volgt uit het potentieel voor intensieve ventilatie, bepaald voor de hele EPW-eenheid via een stroomschema.
| Potentieel voor intensieve ventilatie | Factor op het volume |
|---|---|
| geen | 0 |
| zeer zwak | 0,15 |
| zwak | 0,20 |
| gemiddeld | 0,40 |
| groot | 0,55 |
| zeer groot | 0,70 |
| maximum | 1,10 |
De vraag met de grootste impact in dat schema is of de eenheid een aanzienlijke intensieve ventilatiecapaciteit verzekert. Dat kan op twee manieren: dwarsventilatie, met verdeelde openingen op minstens twee gevels waarvan de oriëntatie minstens 90° verschilt, of een schouweffect, met openingen waarvan de gemiddelde hoogten minstens 3 m uit elkaar liggen op een verticale as. Een appartement met openingen in één gevel haalt geen van beide; een hoekappartement op één verdieping waarvan de gevels minder dan 90° verschillen evenmin. Dat is een plattegrondkwestie, geen installatiekwestie. Vier vragen wegen minder zwaar: toegankelijkheid van buitenaf, beveiliging tot een luchtstroom van hoogstens 15 cm, een aanpasbare opening (draai-kip volstaat, enkel kipfunctie niet) en een gerobotiseerde sturing op een binnentemperatuursonde.
Een opening telt bovendien pas als opening voor intensieve ventilatie wanneer het luchtdoorlatende oppervlak groter is dan 6,4% van de netto vloeroppervlakte van het lokaal. Dat mag opgebouwd zijn uit meerdere opengaande delen samen, ook uit een aanpalende ruimte in open verbinding.
Wat niet meetelt. Nachtkoeling en intensieve mechanische ventilatie staan op EPB-Pedia wel vermeld als aanvullende ventilatie, maar beide pagina’s dragen enkel de mededeling dat ze later aangevuld worden. Er is dus geen rekenmethode en geen drempelwaarde voor nachtventilatie als aparte techniek; nachtelijke ventilatie staat er uitsluitend als ontwerptip. Wie daar een rekenkundig effect van verwacht, verwacht iets wat de bron niet biedt.
Ook vakgenoot mijnepb.be behandelt dit onderwerp.
Twee valkuilen bij zonwering en opengaande delen
Zonwering verlaagt altijd het risico op oververhitting, maar het effect op het E-peil kan twee kanten op. Lagere zonnewinsten geven minder kans op actieve koeling, wat het E-peil verlaagt, maar ook een hogere netto energiebehoefte voor verwarming, wat het verhoogt. Vooral bij vaste zonwering weegt dat tweede effect. Wat doorweegt, is een rekenvraag, geen vuistregel.
Bij opengaande delen zit er een tegenintuïtief mechanisme. Het manueel openen van vensters beïnvloedt zowel de ventilatieverliezen als het in- en exfiltratiedebiet. Bij een woning met zwakke luchtdichtheid waar slechts enkele opengaande delen ingerekend worden, kan de oververhittingsindicator daardoor stijgen: het in- en exfiltratiedebiet wordt op nul gezet zodra er opengaande delen meetellen.
Wat er gebeurt bij overschrijding
Wordt de eis niet gehaald, dan volgt er een administratieve boete voor de aangifteplichtige, afhankelijk van de overtreding en met een maximum van 10 of 25 euro per m³ bouwvolume. Het advies van de overheid is eenvoudig: pas het ontwerp aan zolang dat nog kan.
Wat er níét gebeurt: de EPB-aangifte wordt niet onontvankelijk. Nergens staat dat een aangifte geweigerd wordt omdat de indicator boven 6500 Kh uitkomt. En 1000 Kh overschrijden is geen overtreding, want dat is geen eis.
Eén uitzondering in woningbouw
De nieuwbouw van een vrijstaande zorgwoning met een bruikbare vloeroppervlakte kleiner dan 50 m² is vrijgesteld van de oververhittingsindicator en van het maximale S-peil. De overige eisen, zoals E-peil, U-waarden, ventilatie en hernieuwbare energie, blijven gelden. Een geïntegreerde zorgwoning met melding bij de gemeente vormt samen met de hoofdwoning één wooneenheid.
Laat het doorrekenen vóór de vergunning
De oververhittingsindicator is bij uitstek een cijfer dat u in de ontwerpfase nog kunt sturen en daarna nauwelijks. Buitenzonwering vraagt plaats, en dwarsventilatie vraagt een plattegrond die ze toelaat. Wie dat pas na de ruwbouw beslist, komt uit bij een opbouwscherm tegen de gevel of bij glas dat al besteld was.
Dezelfde keuzes wegen mee in het S-peil. Wat dat cijfer beoordeelt, staat in E-peil, S-peil en K-peil; wat de ventilatievoorzieningen in uw dossier vastlegt, leest u bij ventilatieverslaggeving.
Wij rekenen bij de voorafberekening varianten door op uw eigen plannen, met en zonder zonwering en met verschillende glassoorten, zodat u ziet wat het cijfer echt verlaagt. Bekijk wat wij voor particuliere bouwheren doen of loop de offerte-configurator door.
Hier zelf mee te maken?
Bekijk wat wij doen, of vraag meteen een richtprijs voor uw eigen project.
Meer over bouwsituaties
Ben ik EPB-plichtig? De twee voorwaarden en de zes vrijstellingen
EPB-plicht ontstaat bij een geklimatiseerd gebouw met vergunning of melding. De zes vrijstellingen voor bouwaanvragen vanaf 2 januari 2022, met hun grenzen.
LezenBouwknopen in EPB: de drie opties en wat uw keuze kost
Wat een bouwknoop is, hoe optie A, B en C de toeslag op uw U-waarden bepalen, wat dat doet met uw S-peil en E-peil, en welke stukken u aanlevert.
Lezen800 m³ en 75%: in welke EPB-categorie valt uw project?
Twee drempels bepalen of uw werken nieuwbouw, renovatie of IER zijn. Beide getallen betekenen iets anders naargelang de aard van de werken.
Lezen