De maximale U-waarden per constructiedeel, en wanneer ze gelden
· bijgewerkt op 27 augustus 2026
Een U-waarde geeft aan hoeveel warmte een constructiedeel doorlaat, uitgedrukt in watt per vierkante meter en per graad temperatuurverschil. Hoe lager het getal, hoe beter het deel isoleert. De maximale U-waarden gelden voor nieuwe, vernieuwde, verbouwde en na-geïsoleerde constructiedelen. Bestaande delen die u niet aanpakt, krijgen bij een gewone renovatie geen eis.
Deze tabel maakt geen onderscheid naar bestemming: dezelfde maximale U-waarden gelden voor woningbouw, voor niet-residentiële gebouwen en voor industrie. Het verschil tussen die drie zit in de peilen (S-peil, E-peil, K-peil), niet in de U-waarden. Landbouwgebouwen uit twee bijzondere categorieën volgen wel een eigen, afwijkende set.
Welke tabel op uw dossier staat
Zoals bijna elke EPB-regel hangt ook deze aan de datum van uw vergunningsaanvraag of melding, niet aan de datum waarop de werken starten. De waarden hieronder gelden voor aanvragen vanaf 1 januari 2018 en zijn sindsdien ongewijzigd, dus ook in 2026. Heeft uw dossier een oudere aanvraagdatum, dan geldt de tabel van dat aanvraagjaar, en die verschilt op verschillende rijen.
De schil rond het beschermd volume
| Constructiedeel | U max. (W/m²K) | Bijzonderheid |
|---|---|---|
| Daken en plafonds | 0,24 | |
| Muren niet in contact met de grond | 0,24 | |
| Muren in contact met de grond | 0,24 | |
| Verticale en hellende delen naar een kruipruimte of kelder buiten het beschermd volume | 0,24 | |
| Vloeren in contact met de buitenomgeving | 0,24 | |
| Andere vloeren, waaronder op volle grond, boven een kruipruimte of boven een kelder buiten het beschermd volume | 0,24 | sinds aanvragen vanaf 2016 geen R-min-eis meer voor vloeren op volle grond |
| Vensters, glas en profiel samen | 1,50 | de beglazing apart max. 1,10 |
| Deuren en poorten, kader inbegrepen | 2,00 | |
| Gordijngevels of lichte gevels | 2,00 | de beglazing apart max. 1,10 |
| Glasbouwstenen | 2,00 | geen aparte eis op de beglazing |
| Transparante delen andere dan glas, bijvoorbeeld polycarbonaat | 2,00 | de vulling apart max. 1,40 |
Bij vensters gelden dus twee cijfers tegelijk: het volledige raam mag niet boven 1,50 uitkomen en de beglazing op zich niet boven 1,10. Uitstekend glas in een zwak profiel voldoet daarmee niet automatisch.
Binnen het gebouw en naar de buren
| Constructiedeel | U max. (W/m²K) |
|---|---|
| Scheiding tussen twee beschermde volumes op aangrenzende percelen, dus de gemene muur | 0,60 |
| Muren tussen aparte wooneenheden, naar gemeenschappelijke ruimten zoals trappenhuis, inkomhal en gangen, of naar ruimten met een andere bestemming | 0,60 |
| Plafonds en vloeren in diezelfde situaties | 1,00 |
| Tussen ruimten met een industriële bestemming en ruimten met een andere bestemming, wooneenheden uitgezonderd | 1,00 |
Let op het toepassingsgebied van die middelste twee rijen. Ze gelden op scheidingen tussen wooneenheden onderling, tussen een wooneenheid en een gemeenschappelijke ruimte, en tussen een wooneenheid en een ruimte met een andere bestemming. Een gewone verdiepingsvloer binnen één eengezinswoning krijgt dus geen eis van 1,00.
Deze rijen worden het vaakst gemist bij rijwoningen, halfopen bebouwing en appartementen. De muur naar de buren is geen buitenmuur, maar hij heeft wel degelijk een eis, en die wordt bij de aangifte getoetst.
Na-isolatie van bestaande delen
Na-isolatie heeft een eigen vak in de regelgeving, met eigen waarden. Dat vak bestaat pas voor vergunningsaanvragen vanaf 1 januari 2015; in de tabel voor 2014 komt het niet voor.
| Na te isoleren deel | U max. (W/m²K) | Toepassingsgebied |
|---|---|---|
| Bestaand dak of plafond, na-isolatie tussen of aan de buitenzijde van de draagconstructie | 0,24 | in contact met de buitenomgeving of met een aangrenzende onverwarmde ruimte |
| Bestaande muur met na-isolatie aan de buitenzijde | 0,24 | in contact met de buitenomgeving, ook wanneer de gevelsteen wordt afgebroken en er nieuwe isolatie plus een nieuwe gevelafwerking komt |
| Bestaande vloer met na-isolatie aan de buitenzijde | 0,24 | in contact met de buitenomgeving; sinds aanvragen vanaf 2016 (in 2015 gold 0,30) |
| Bestaande spouwmuur met navulling | 0,55 | uitsluitend bij een ingrijpende energetische renovatie van een residentieel gebouw |
| Bestaande muur met na-isolatie aan de binnenzijde | geen eis | de tabel vermeldt uitdrukkelijk “geen eisen”; ook een na-geïsoleerde houtskeletbouwmuur valt hieronder |
Twee rijen worden geregeld verkeerd overgenomen.
De 0,55 voor spouwnavulling is geen algemene versoepeling. Ze geldt uitsluitend bij een ingrijpende energetische renovatie van een residentieel gebouw. Bij een gewone renovatie is er op spouwnavulling helemaal geen maximale U-waarde, en bij een niet-residentieel of industrieel gebouw evenmin, ook niet bij een ingrijpende energetische renovatie. Wat dat cijfer voor uw dossier betekent, leest u in een spouwmuur navullen.
Voor binnenisolatie legt de tabel geen maximale U-waarde op. Dat maakt binnenisolatie niet vrijblijvend: ze werkt door in het E-peil en het S-peil, en ze telt wel degelijk mee als geïsoleerd bij de 75%-toets die bepaalt of uw project een ingrijpende energetische renovatie is.
Wat telt als vernieuwen of verbouwen
Een eis komt er pas wanneer u de draagconstructie vervangt: bij een muur de draagconstructie van de muur, bij een vloer die van de vloer, bij een dak de houten draagconstructie of de plafondconstructie naar een onverwarmde ruimte. Het vervangen van een afwerkingslaag telt niet: buitenpleister, gevelbeplating, vloerbekleding of chape brengen geen U-eis mee.
Voor ramen ligt de grens anders. Het vervangen van een raam telt wel. Er is echter geen U-eis wanneer een raam tijdelijk is weggehaald en op exact dezelfde plaats wordt teruggeplaatst, en evenmin wanneer enkel het glas vervangen wordt met behoud van het profiel.
Ten hoogste 2% mag afwijken
Niet elke vierkante meter hoeft te voldoen. De regelgeving laat toe dat ten hoogste 2% van de oppervlakte afwijkt, en die marge is scherper begrensd dan het percentage doet vermoeden:
- ze wordt bepaald per EPB-eenheid, niet op gebouwniveau; bij een appartementsgebouw dus per appartement, en niet over alle eenheden samen;
- ze slaat uitsluitend op de omhullende scheidingsconstructies uit het eerste vak van de tabel, dus op de rijen van dak tot en met de transparante delen;
- de gemene muur valt er buiten, want die staat in een apart vak;
- na-geïsoleerde constructiedelen komen niet in aanmerking, want die staan in het vak na-isolatie. Een spouwnavulling die de 0,55 niet haalt, kunt u dus niet met de 2% opvangen.
Over één punt is de bron zelf niet eenduidig: of de 2% berekend wordt over de volledige oppervlakte van dat eerste vak, dan wel enkel over de delen waaraan bij uw project eisen gesteld worden. Bij een renovatie scheelt dat aanzienlijk. Reken die marge dus niet vooraf in als besparing, en laat ze per dossier bepalen. Hoe u ermee omgaat, staat in de 2%-regel.
Voor rijwoningen bestaat er daarnaast een aparte uitweg: op een perceel smaller dan 6 meter bestaat een vrijstelling om te voldoen aan de maximale U-waarde voor de gemeenschappelijke scheidingsconstructie. Die vrijstelling geldt enkel wanneer er al een bestaande gemene muur is, dus niet voor een nieuwe gemene muur, en de regelgeving koppelt ze aan de S-peilberekening, die alleen voor wooneenheden bestaat.
Bij beschermd erfgoed bestaat er nog een derde uitweg, met eigen randen. Die staat in EPB-eisen bij beschermd erfgoed.
Waarom uw bewijsstukken hier het verschil maken
De verslaggever rekent met het product dat u aantoonbaar geplaatst hebt. Ontbreekt dat bewijs, dan wordt gerekend met de waarde bij ontstentenis. Voor de dikte en het type van een isolatiemateriaal bestaat er niet eens zo’n waarde: dan moet uitgegaan worden van de slechtste situatie, namelijk dat er geen isolatie aanwezig is. Uw correct geplaatste isolatie telt dan mee alsof ze er niet ligt.
Vraag daarom bij elke levering de technische fiche op, bewaar de facturen met het projectadres erop, en fotografeer de isolatie voordat ze dichtgemaakt wordt. Dat opvolgwerk hoort bij het bureau te liggen en niet bij u: wij nemen het mee in onze EPB-verslaggeving. Architecten en aannemers die de rekenkant liever uitbesteden, kunnen daarvoor bij ons terecht via onderaanneming.
Een schil die op papier voldoet, presteert bovendien pas zoals berekend wanneer ze ook effectief dicht zit. Wilt u dat aantonen in plaats van aannemen, dan is een blowerdoortest de meting die dat doet.
Wilt u weten welke eisen op úw project van toepassing zijn en wat de verslaggeving kost, loop dan de offerte-configurator door. U weet in enkele klikken in welke categorie uw dossier valt.
Hier zelf mee te maken?
Bekijk wat wij doen, of vraag meteen een richtprijs voor uw eigen project.
Meer over producten en materialen
Installatie-eisen verwarming: wanneer 45 °C en 130% wél gelden
De 45 °C-eis geldt enkel bij nieuwbouw, de 130% bij nieuwbouw en IER, en beide alleen bij centrale verwarming met water. Wat er buiten valt.
LezenSpouwmuur navullen: waar 0,55 W/m²K geldt en waar helemaal geen U-eis
De U-eis van 0,55 W/m²K op een nagevulde spouw geldt enkel bij een ingrijpende energetische renovatie van een woning. Bij gewone renovatie geldt er geen.
LezenUw E-peil verlagen: waar dat cijfer echt van beweegt
Het E-peil daalt door de schil, de installaties, hernieuwbare energie en aantoonbare waarden. Welke knoppen tellen bij een nieuwbouwwoning en bij een IER.
Lezen