Naar de inhoud
Juridisch

Beschermd erfgoed: welke EPB-eisen wegvallen en welke blijven staan

· bijgewerkt op 27 augustus 2026

Bij de renovatie van beschermd erfgoed vervalt een deel van de maximale U-waarden en een deel van de ventilatie-eisen. Meer niet. Het E-peil, de installatie-eisen, de startverklaring en de EPB-aangifte blijven gewoon gelden. De vrijstelling is bovendien beperkt tot de bestaande, niet herbouwde delen, en verschilt per erfgoedcategorie.

Dit artikel beschrijft de situatie bij woningbouw. De erfgoedvrijstellingen zelf maken geen onderscheid naar bestemming, maar de eisen waarvan ze u vrijstellen wel: voor niet-residentiële en industriële projecten ligt er een ander eisenpakket op tafel.

Twee erfgoedcategorieën, twee verschillende vrijstellingen

De regelgeving kent twee groepen, en de vrijstelling die u krijgt hangt af van de groep waarin uw pand valt. Beide gelden uitsluitend bij renovatie en enkel voor de bestaande, niet herbouwde gebouwen of gebouwdelen. De onderstaande regeling geldt voor bouwaanvragen vanaf 1 januari 2023; voor oudere aanvraagdata bestaan aparte versies van de regelgeving.

CategorieWat er vrijgesteld wordt bij renovatie
Beschermd monument, of een gebouw in een beschermd landschap, stads- of dorpszichtde maximale U-waarden voor alle constructieonderdelen behalve daken en vloeren · de ventilatie-eisen
Gebouw dat vastgesteld is in de inventaris van bouwkundig erfgoedde maximale U-waarden voor de gevelonderdelen (muren en ramen) die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg · de luchttoevoereisen in de ruimten waar alleen zulke straatzichtbare ramen vervangen worden

Twee dingen springen daaruit. Bij de eerste categorie blijven daken en vloeren wel degelijk aan hun maximale U-waarde onderworpen; dat is precies het deel van de schil waar het meeste warmte verdwijnt. Bij de tweede categorie stopt de vrijstelling aan de hoek van de straat: de achtergevel, de zijgevel uit het zicht, het dak en de vloer vallen onder de gewone eisen.

De tweede categorie kent nog een tweede rand. De vrijstelling geldt enkel voor vastgesteld bouwkundig erfgoed. Staat uw pand louter in een wetenschappelijke inventaris, dan gelden deze vrijstellingen niet. In de volksmond heten beide “de inventaris”, en op dat woord lopen dossiers stuk. Controleer het aan de hand van de erfgoedgegevens van het pand zelf, niet aan de hand van wat er in de straat staat.

Wat er niet in de vrijstelling zit

De erfgoedregeling raakt twee eisen: maximale U-waarden en ventilatie. Alles daarbuiten blijft staan.

Er is geen vrijstelling van de installatie-eisen. Vervangt u de ketel, plaatst u een warmtepomp of legt u nieuwe afgifte-elementen, dan gelden de installatie-eisen die bij uw aard van de werken en uw aanvraagdatum horen.

Er is evenmin een vrijstelling van het E-peil of het S-peil. Bij een gewone renovatie speelt dat niet, want daar bestaat geen E-peileis. Maar zodra uw project in een zwaardere categorie valt, komt die eis er wel bij, en de erfgoedvrijstelling neemt ze niet weg. Voor een woning betekent dat maximaal E60 bij een ingrijpende energetische renovatie en maximaal E30 bij nieuwbouw of daarmee gelijkgestelde werken.

En de procedure blijft volledig overeind. Een verslaggever aanstellen, de startverklaring indienen vóór de werken starten en na de werken de EPB-aangifte indienen: dat verandert niet door de status van het gebouw.

De vrijstelling hangt aan renovatie van bestaande delen

Hier zit de fout die het duurst uitvalt. De erfgoedvrijstellingen gelden niet bij een uitbreiding, niet bij een gedeeltelijke herbouw en niet bij een ingrijpende energetische renovatie van zo’n gebouw. Een functiewijziging met een beschermd volume groter dan 800 m³ telt als ingrijpende energetische renovatie en valt er dus ook buiten.

Dat is nu net het scenario van veel erfgoedprojecten: een historisch volume dat behouden blijft, met een nieuwe aanbouw of een zwaar aangepakte vleugel ernaast. Op dat tweede deel ligt het volle eisenpakket van zijn eigen categorie, E-peil inbegrepen. Wilt u weten in welke categorie uw werken vallen, dan zetten wij de drempels op een rij in de 800 m³-grens en de 75%-regel.

Wanneer ook de EPB-plicht zelf wegvalt

Er bestaat één situatie waarin er helemaal geen dossier meer nodig is: wanneer er op uw werken geen enkele EPB-eis van toepassing is. De regelgeving geeft daar een erfgoedvoorbeeld bij, en dat voorbeeld is smal. Het gaat over de renovatie van een gebouw uit de inventaris van bouwkundig erfgoed waarbij enkel de ramen in de vanaf de openbare weg zichtbare voorgevel vervangen worden.

Valt uw project daaronder, dan is er geen startverklaring en geen EPB-aangifte nodig. U houdt wel de stukken bij die aantonen dat er inderdaad geen enkele eis van toepassing was.

De praktijk haalt dat zelden. Eén vernieuwd dakvlak, één achtergevelraam of één nieuwe verwarmingsinstallatie brengt de eisen terug, en daarmee het volledige dossier. De gevolgen van een verkeerde inschatting zijn bovendien niet symmetrisch: wie onterecht het volle pakket toepast, bouwt duurder dan nodig, maar wie onterecht niets indient, riskeert een boete van 250 euro voor de ontbrekende startverklaring en 1.000 euro plus 1 euro per m³ nieuw bouwvolume voor de ontbrekende aangifte, met de indieningsplicht die daarna gewoon blijft openstaan.

Twee soorten uitzondering, twee tegengestelde handelingen

Erfgoed valt onder de algemene uitzonderingen. Die gelden automatisch en hoeven niet aangevraagd te worden: u duidt ze aan in de EPB-software en houdt de stavingsstukken bij. Een vrijgesteld constructieonderdeel voert u dan juist niet in de software in, ook al werd het vernieuwd. Voor de vrijgestelde ruimten mag u rapporteren dat er geen ramen vervangen zijn; doet u dat niet, dan genereert de software een boete die er niet hoort te staan.

Bij een individuele uitzondering, die u wel per dossier aanvraagt bij het VEKA, geldt precies het omgekeerde: het betrokken onderdeel voert u in as-built, zoals het werkelijk werd uitgevoerd. De software genereert dan een boete, maar het VEKA legt die niet op. Twee zaken die allebei “uitzondering” heten, met tegengestelde handelingen in hetzelfde scherm.

Zo’n individuele uitzondering vraagt u aan binnen 9 maanden na het verlenen van de vergunning én vóór de start van de werken. Later is de aanvraag niet ontvankelijk, ongeacht hoe sterk het dossier inhoudelijk is. Een vrijstelling van de E-peileis of van de eis op hernieuwbare energie is daarbij niet mogelijk.

Wat er in 2027 verandert

Voor vergunningen en meldingen vanaf 1 januari 2027 komt er een algemene uitzondering waarbij projecten van gedeeltelijke herbouw van beschermde gebouwen vrijgesteld worden van de S-peileis. De aanleiding is bekend uit de praktijk: zeer ingrijpende werken via gedeeltelijke herbouw brengen nieuwbouweisen op een erfgoedpand, en het S-peil blijkt daar door de erfgoedrestricties niet haalbaar.

Die maatregel is goedgekeurd maar nog niet in werking. Voor een vergunningsaanvraag in 2026 geldt dus nog de oude weg: per dossier een individuele uitzondering aanvragen bij het VEKA, binnen de termijn hierboven.

Hoe wij zo’n dossier aanpakken

Bij een erfgoedproject leggen wij eerst vast onder welke categorie het pand valt, welke constructieonderdelen vrijgesteld zijn, welke niet, en in welke aard van de werken elk bouwdeel terechtkomt. Dat bepaalt meteen wat er in de software wél en niet ingevoerd wordt, en welke discussie u niet hoeft te voeren met de aannemer. Ventilatie blijft daarbij een aandachtspunt, ook waar ze vrijgesteld is: een historisch pand dat luchtdichter wordt door nieuw schrijnwerk vraagt een oplossing, en die bekijken wij bij ventilatieverslaggeving.

Bekijk wat er in onze EPB-verslaggeving zit, of leg uw dossier voor via contact. Loopt er al een dossier dat vastzit of door een andere verslaggever werd opgestart, dan kunnen wij het dossier overnemen en afwerken.

Hier zelf mee te maken?

Bekijk wat wij doen, of vraag meteen een richtprijs voor uw eigen project.

Een vraag over uw eigen werf?

Wij denken liever vooraf mee dan achteraf te herstellen. Bellen kost u niets.