Naar de inhoud
Regelgeving

15 of 20 kWh/m²: het minimumaandeel hernieuwbare energie bij nieuwbouw en bij IER

· bijgewerkt op 27 augustus 2026

De EPB-regelgeving legt een minimumaandeel hernieuwbare energie op bij nieuwbouw en bij een ingrijpende energetische renovatie. Bij een gewone renovatie bestaat die eis niet, en bij bestemming industrie evenmin, ook niet bij een IER. Het verschil tussen beide cijfers zit niet alleen in de hoogte, maar vooral in wat er mag meetellen.

Dit artikel gaat over woningbouw. Voor niet-residentiële eenheden liggen de drempels hoger; die staan onderaan vermeld.

De twee cijfers voor een woning

Aard van de werken, bestemming wonenMinimumaandeelWat mag meetellen
Nieuwbouw, bouwaanvraag vanaf 1 januari 202515 kWh/m² per jaar uit eigen productie, of 25 kWh/m² per jaar via volledige participatieuitsluitend zonne-energie: fotovoltaïsche panelen en/of een zonneboiler; of participatie
Ingrijpende energetische renovatie, bouwaanvraag vanaf 1 januari 202320 kWh/m² per jaar, of 30 kWh/m² per jaar via volledige participatiewarmtepomp, warmtepompboiler, zonnepanelen, zonneboiler, biomassa, warmtenet of participatie
Gewone renovatiegeen eis

De eis wordt uitgedrukt per eenheid bruto vloeroppervlakte in m² en per jaar. Bruto vloeroppervlakte is een gedefinieerd begrip uit de rekenmethode en is niet noodzakelijk hetzelfde als de bewoonbare oppervlakte uit uw verkoopdossier of uit de plannen. Uw verslaggever haalt dat cijfer uit de EPB-berekening.

Zoals bij elke EPB-eis hangt alles aan de datum van de vergunningsaanvraag of melding, niet aan de dag waarop de panelen op het dak liggen. Een dossier met een aanvraag uit 2023 of 2024 volgt nog de oudere regeling, waarbij bij nieuwbouw 25 kWh/m² gold en warmtepomp, biomassa en stadsverwarming er nog wél meetelden.

Nieuwbouw: sinds 2025 alleen nog de zon, of participatie

Dat is de scherpste wijziging van de laatste jaren. Voor vergunningsaanvragen vanaf 1 januari 2025 kijkt de regelgeving bij nieuwbouw enkel nog naar eigen productie via thermische en fotovoltaïsche zonne-energiesystemen. Een warmtepomp, een warmtepompboiler, een ketel, kachel of WKK op biobrandstof en stadsverwarming tellen bij nieuwbouw niet meer mee voor dit aandeel. De reden die EPB-Pedia daarvoor geeft: fossielvrij verwarmen wordt bij nieuwbouw sowieso de standaard, omdat een gasaansluiting geen optie meer is.

Praktisch betekent dat: uw verwarmingskeuze vult deze eis niet meer in. Uw opwekker telt wel mee voor uw E-peil en voor het installatierendement van 130%, maar niet voor dit minimumaandeel.

Reken het voor uw eigen project even door. Bij 200 m² bruto vloeroppervlakte komt 15 kWh/m² neer op 3.000 kWh per jaar. Wat dat aan geïnstalleerd vermogen betekent, hangt af van de oriëntatie van uw dak, de helling en eventuele schaduw. Dat is precies waarom de dakoriëntatie vroeg in het ontwerp op tafel hoort: een dak dat op de plannen nog draaibaar is, kost niets om te draaien.

Participatie: altijd 10 kWh/m² hoger

Leent uw dak zich niet voor zon, dan is er één alternatief: participatie in een hernieuwbaar energieproject. Volledige participatie ligt altijd 10 kWh/m² boven het gewone eisenniveau, aan minstens 75 eurocent per kWh.

Voor een nieuwbouwwoning komt dat neer op minstens 25 kWh/m², dus minstens 18,75 euro per m². Bij een IER gaat het om minstens 30 kWh/m², dus minstens 22,50 euro per m². Gedeeltelijke participatie kan ook, als aanvulling op een andere maatregel, waarbij in totaal eveneens 10 kWh/m² extra geïnvesteerd moet worden.

Bij een IER kiest u zelf

Bij een ingrijpende energetische renovatie ligt de eis hoger, maar blijft de techniekkeuze vrij. Er zijn drie manieren om ze in te vullen.

Produceer minstens 20 kWh/m² per jaar met een of meer van deze technieken: een warmtepomp, een warmtepompboiler, zonnepanelen, een zonneboiler, een ketel, kachel of WKK op biobrandstof, of aansluiting op een warmtenet. Bestaande zonnepanelen mogen bij een IER meegerekend worden, zodat de eis soms al deels ingevuld is.

Of dek de volledige energievraag voor ruimteverwarming met een warmtepomp, met een biobrandstofketel, kachel of WKK, of met energie-efficiënte stadsverwarming waarvan de warmte voor minstens 50% uit hernieuwbare bronnen, restwarmte of een combinatie komt. Volgt u die weg, dan moet bovendien het sanitair warm water voor baden en douches op zo’n techniek aangesloten zijn; aanrechten hoeven dat niet.

Of ga voor participatie, volledig of gedeeltelijk.

Kiest u bij een IER voor een warmtepomp om het installatierendement van 130% te halen, dan werkt die keuze meteen mee aan dit aandeel. Dat verband werken wij uit in de installatie-eisen op uw verwarming.

Zet u biomassa in om deze eis in te vullen, let dan op één voorwaarde: de ketel of kachel moet energie-efficiëntieklasse A+ halen volgens het Europese energielabel. Dat geldt voor EPB-aangiften vanaf 5 juli 2024.

Wat als u de eis niet haalt

Dit is het deel dat bouwheren doorgaans niet weten: het minimumaandeel is geen absolute verplichting, maar een keuze met een prijskaartje. Haalt u het niet, dan verstrengt uw E-peileis. Haalt u die strengere eis wel, dan volgt er geen boete.

Situatie, woning met bouwaanvraag vanaf 2023E-peileis
Nieuwbouw, minimumaandeel gehaaldmaximaal E30
Nieuwbouw, minimumaandeel niet gehaald15% strenger, dus maximaal E26
Nieuwbouw, minimumaandeel én lagetemperatuurverwarming niet gehaald30% strenger in totaal
IER, minimumaandeel gehaaldmaximaal E60
IER, minimumaandeel niet gehaald10% strenger, dus maximaal E54

De derde rij verrast het vaakst. Bij nieuwbouw hangt er namelijk een tweede verstrenging van 15% aan de eis op lagetemperatuurverwarming, en die twee stapelen op. Bij een IER kan dat niet gebeuren: de eis op lagetemperatuurverwarming geldt daar niet.

Wat u wél moet weten voor u erop rekent: een individuele vrijstelling of afwijking van de eis hernieuwbare energie is niet mogelijk. Voor die eis en voor de E-peileis staat uitdrukkelijk in de regelgeving dat er geen uitzondering op verleend kan worden.

Bewijs is ook hier bepalend

Een geplaatste installatie die niet aantoonbaar is, telt niet mee. Bewaar de factuur met het projectadres, de technische fiche van de panelen en de omvormer, en foto’s van de kenplaten. Bij een zonneboiler geldt hetzelfde voor collector en opslagvat, bij biomassa hoort het Europese energielabel erbij. Ontbreekt de staving, dan rekent de verslaggever met de waarde bij ontstentenis of alsof de maatregel niet is uitgevoerd, en verliest u een eis die u wel degelijk gehaald hebt. Wat er als bewijs telt, staat in stavingsstukken die wél tellen.

Niet-residentieel, kort

Bij nieuwbouw van een niet-residentiële eenheid bedraagt de eis 20 kWh/m² per jaar uit zonne-energie, of 30 kWh/m² via volledige participatie. Bij een IER van een niet-residentieel gebouw geldt dezelfde 20 kWh/m² als bij woningen, met dezelfde ruimere techniekenlijst. Bij bestemming industrie is er geen eis, bij geen enkele aard van de werken.

Laat de scenario’s doorrekenen

Dit is een van de weinige eisen waarop u nog echt kunt sturen: zon, participatie of een strenger E-peil, en die rekensom valt per project anders uit. Wij rekenen de varianten door bij de voorafberekening, zodat u de keuze op cijfers maakt. Bekijk wat wij voor particuliere bouwheren doen.

Loop de offerte-configurator door en u weet in enkele klikken welk eisenpakket op uw project valt en wat de verslaggeving kost.

Hier zelf mee te maken?

Bekijk wat wij doen, of vraag meteen een richtprijs voor uw eigen project.

Een vraag over uw eigen werf?

Wij denken liever vooraf mee dan achteraf te herstellen. Bellen kost u niets.