Naar de inhoud
Regelgeving

EPB-eisen bij een vergunningsaanvraag in 2026: er verandert niets aan de eisen

· bijgewerkt op 27 augustus 2026

Voor wie in 2026 een omgevingsvergunning aanvraagt, is het antwoord kort: er is geen enkele EPB-eis verstrengd op 1 januari 2026. EPB-Pedia publiceert geen aparte eisentabel voor bouwaanvraagjaar 2026. De meest recente tabel is die vanaf 1 januari 2025, en die loopt zonder einddatum door. Wie voor 2026 een verstrenging aankondigt, past een regeling toe die niet bestaat.

Dit artikel vertrekt van woningbouw. De cijfers hieronder zijn de residentiële eisen; voor niet-residentiële en industriële projecten geldt een ander pakket, dat onderaan kort aan bod komt.

Waarvan uw eisenpakket wel afhangt

Drie gegevens bepalen samen welke eisen op uw project vallen: de aard van de werken (nieuwbouw, renovatie of IER), de bestemming van het gebouw, en de datum van de vergunningsaanvraag of melding. Die laatste vindt u op het ontvangstbewijs van de gemeente of op het postbewijs bij een aangetekende verzending. Wanneer de werken starten, doet er voor het eisenniveau niet toe.

Weet u nog niet in welke categorie uw werken vallen, begin dan bij 800 m³ en 75%.

Het pakket voor woningen, aanvraag in 2025 of 2026

EisNieuwbouw van een woningIER van een woningGewone renovatie van een woning
E-peilmaximaal E30 per wooneenheidmaximaal E60 per wooneenheidgeen eis, en dus ook geen EPC Bouw
S-peilmaximaal S28 per wooneenheidgeen eisgeen eis
U-waardenop alle nieuwe en vernieuwde delenop nieuwe en nageïsoleerde delenop de delen die u aanpakt
Hernieuwbare energieminstens 15 kWh/m² per jaar, uitsluitend uit zonne-energie of via participatieminstens 20 kWh/m² per jaar, vrije techniekkeuzegeen eis
Lagetemperatuurverwarmingontwerpvertrektemperatuur maximaal 45 °C, enkel bij centrale verwarming met watergeldt hier nietgeen eis
Installatierendementminstens 130%, enkel bij centrale verwarming met water als transportmediumminstens 130%, zelfde voorwaardeminimale eisen per nieuw of vernieuwd toestel
Ventilatievolledig systeem A, B, C of Dvolledig systeem A, B, C of Dvoorzieningen in nieuwe ruimten, en toevoer in droge ruimten waar vensters vervangen worden
Oververhittingindicator onder 6500 Kh per wooneenheidgeen eisgeen eis

Drie zaken vragen extra aandacht. De eis van 45 °C geldt sinds bouwaanvragen van 1 januari 2023 en uitdrukkelijk niet bij een IER. Het installatierendement van 130% geldt sinds bouwaanvragen van 1 januari 2025 en slaat enkel op opwekkers van centrale verwarming met water als transportmedium: warmtenetten, luchtverwarmingssystemen en plaatselijke toestellen zoals kachels vallen erbuiten. En het S-peil kent één uitweg: haalt een wooneenheid S28 niet maar wel S29, S30 of S31, dan voldoet ze toch, mits ze E20 haalt in plaats van E30, en mits ze de eis hernieuwbare energie en de eis lagetemperatuurverwarming elk haalt zonder gebruik te maken van hun E-peilcompensatie van 15%.

Haalt u het minimumaandeel hernieuwbare energie niet, dan verstrengt uw E-peileis: bij nieuwbouw met 15%, dus E26 in plaats van E30, en bij een IER met 10%, dus E54 in plaats van E60. Haalt u bij nieuwbouw ook de eis lagetemperatuurverwarming niet, dan stapelen beide verstrengingen op tot 30%. Dat werken wij uit in het minimumaandeel hernieuwbare energie.

Wat er in 2026 wél verandert

EPB-Pedia noemt voor bouwaanvraagdatum vanaf 2026 exact vier wijzigingen, en geen daarvan raakt een eisenniveau.

  • De berekening van het installatierendement bij een WKK. Voor vergunningsaanvragen vanaf 1 januari 2026 wordt het rendement van een warmtekrachtkoppeling gelijkgesteld aan de som van het thermische en het elektrische rendement. De eis zelf blijft 130%.
  • Sterk geventileerde kelders tellen als buitenomgeving. Voor bouwaanvragen vanaf 1 januari 2026 is verduidelijkt dat bij kelders en ondergrondse parkeergarages enkel de sterk geventileerde als buitenomgeving beschouwd worden.
  • Een indicatieve warmteverliesberekening verschijnt vanaf 1 januari 2026 op de startverklaring en het EPC Bouw van elke nieuwe of ingrijpend energetisch gerenoveerde woning. Het is een informatief gegeven, geen eis, en het vervangt geen dimensioneringsstudie.
  • De uiterste indiendatum van de EPB-aangifte gaat van 5 naar 6 jaar, vanaf 1 maart 2026, en uitdrukkelijk voor alle lopende dossiers. Meer daarover in de indientermijn van zes jaar.

Twee wijzigingen die wel degelijk in werking zijn, staan niet op die overzichtspagina. De invoer van de bouwknopen is grondig gewijzigd voor projecten met een aanvraagdatum vanaf 1 januari 2026, en een automatische conversie tussen de oude en de nieuwe invoerwijze is niet mogelijk. Daarnaast mogen bestaande zonnepanelen sinds EPB-aangiften die vanaf 20 juli 2026 ingediend worden, ook bij nieuwbouw ingerekend worden, op voorwaarde dat de installatie niet van een andere site verhuisd is en dat het betrokken deel nog niet aan een andere EPB-eenheid is toegekend. Bij een IER kon dat al langer.

De maximale U-waarden liggen sinds 2018 vast

De U-waardentabel die in 2026 geldt, is dezelfde als die voor bouwaanvragen vanaf 1 januari 2018, en ze maakt geen onderscheid tussen residentieel, niet-residentieel en industrie. Daken en plafonds, muren en vloeren blijven onder 0,24 W/m²K. Vensters worden beoordeeld op 1,5 W/m²K voor raam en beglazing samen, met 1,1 op de beglazing. Deuren en poorten, gordijngevels, glasbouwstenen en transparante niet-glazen delen zitten op 2,0. De gemene muur met de buren zit op 0,6. De volledige tabel staat in de maximale U-waarden.

Bij na-isolatie van bestaande delen wijkt de tabel op twee punten af. Voor het navullen van een bestaande spouwmuur geldt maximaal 0,55 W/m²K, en die eis bestaat uitsluitend bij een ingrijpende energetische renovatie van een residentieel gebouw. Bij een gewone renovatie, bij niet-residentieel en bij industrie bestaat er op spouwnavulling geen U-eis. En voor bestaande muren die aan de binnenzijde na-isolatie krijgen, legt de tabel helemaal geen maximale U-waarde op.

Per EPB-eenheid mag ten hoogste 2% van de omhullende oppervlakte afwijken van de U-eisen. Waarvoor die marge wel en niet dient, staat in de 2%-regel voor de gebouwschil.

Niet-residentieel, industrie en landbouw

Bij niet-residentiële nieuwbouw is er geen S-peil, geen K-peil en geen oververhittingseis. Het E-peil is er geen vast getal maar wordt bepaald per functioneel deel en daarna gewogen naar oppervlakte; voor kantoorgebouwen van publieke organisaties gelden strengere E-peilen. Het minimumaandeel hernieuwbare energie bedraagt er 20 kWh/m² per jaar uit zonne-energie.

Bij bestemming industrie geldt bij nieuwbouw een K-peil van maximaal K40 op gebouwniveau, samen met de maximale U-waarden, minimale ventilatievoorzieningen en de minimale installatie-eisen. Er is geen E-peileis en geen eis rond hernieuwbare energie, ook niet bij een IER: die volgt er gewoon de renovatie-eisen. De officiële eisentabellen staan bij EPB-Pedia van de Vlaamse overheid.

Van tabel naar dossier

De cijfers hierboven zeggen wat er gehaald moet worden. Ze zeggen niet welke combinatie van isolatie, glas, ventilatie en installatie voor uw project het meeste oplevert. Dat volgt uit de voorafberekening, en die maakt u het best voordat de plannen vastliggen.

Wij maken die berekening, dienen de startverklaring in en volgen het dossier op tot de aangifte. Bereken uw richtprijs in de offerte-configurator en zie meteen welk eisenpakket op uw project valt.

Hier zelf mee te maken?

Bekijk wat wij doen, of vraag meteen een richtprijs voor uw eigen project.

Een vraag over uw eigen werf?

Wij denken liever vooraf mee dan achteraf te herstellen. Bellen kost u niets.