EPB in 2026: geen strengere eisen, wel zes praktische wijzigingen
· bijgewerkt op 27 augustus 2026
Op eisenniveau verandert er in 2026 niets. Er is geen aparte eisentabel voor bouwaanvraagjaar 2026: de tabel “vanaf 2025” loopt gewoon door en is dus ook de eisenset voor vergunningen die u dit jaar aanvraagt. Geen enkel E-peil, S-peil, K-peil, U-waarde, ventilatie-eis, oververhittingseis of eis op hernieuwbare energie is op 1 januari 2026 verstrengd.
Wat wel verandert, is praktisch van aard: een termijn, een nieuw onderdeel op de startverklaring, twee aanpassingen in de rekenmethode en twee wijzigingen in de software. Dit artikel behandelt woningbouw; twee van de zes wijzigingen hieronder slaan uitdrukkelijk enkel op woningen.
De zes wijzigingen op een rij
| Wijziging | Waar het op slaat | Vanaf |
|---|---|---|
| Uiterste indiendatum EPB-aangifte van 5 naar 6 jaar | alle bestemmingen, alle aard van de werken, alle lopende dossiers | 1 maart 2026 |
| Indicatieve warmteverliesberekening op startverklaring en EPC Bouw | enkel woningen, bij nieuwbouw en IER | 1 januari 2026 |
| Aangepaste berekening installatierendement bij een WKK | enkel wooneenheden (EPW) met een WKK, bij nieuwbouw en IER | bouwaanvraag vanaf 1 januari 2026 |
| Sterk geventileerde kelders tellen als buitenomgeving | alle bestemmingen | bouwaanvraag vanaf 1 januari 2026 |
| Nieuwe invoer van de bouwknopen | alle bestemmingen | aanvraagdatum vanaf 1 januari 2026 |
| Bestaande zonnepanelen inrekenbaar bij nieuwbouw | nieuwbouw met E-peileis | aangiften ingediend vanaf 20 juli 2026 |
Let op de laatste kolom. Vier van deze zes hangen aan de datum van de bouwaanvraag, twee niet. Dat is precies waar de meeste verwarring ontstaat.
Zes jaar in plaats van vijf, ook voor dossiers die al liepen
De definitieve EPB-aangifte moet uiterlijk 6 jaar na het verlenen van de vergunning of het neerleggen van de melding ingediend zijn. Vóór 1 maart 2026 bedroeg die termijn vijf jaar. De aanleiding is praktisch: die vijf jaar bleek bij ingrijpende energetische renovaties soms te krap.
Deze termijn geldt uitdrukkelijk voor alle lopende dossiers waarvoor nog een definitieve aangifte moet worden ingediend, ongeacht het bouwaanvraagjaar. Het is het enige element van de 2026-wijzigingen dat terugwerkt naar oudere dossiers.
Over dossiers waarvan de oude termijn al vóór 1 maart 2026 verstreken was, spreekt EPB-Pedia zich niet eenduidig uit. Op de ene plaats staat dat de zes jaar voor alle lopende dossiers geldt, op een andere dat die dossiers onder de oude regeling blijven vallen. Een expliciete overgangsregeling staat er niet. Liep uw termijn af in januari of februari 2026, dan is dat dus een punt om na te vragen bij het VEKA en niet iets om zelf in te vullen.
Bij nieuwbouw blijft daarnaast de kortere deadline bestaan: uiterlijk 12 maanden na de vroegste van de ingebruikname of het einde van de vergunnings- of meldingsplichtige werken. Bij renovatie en IER zijn ingebruikname en einde der werken uitdrukkelijk niet bepalend; daar geldt enkel die zes jaar. Voor een nieuwbouwwoning is de reële deadline dus vrijwel altijd de twaalf maanden. Meer daarover in de indientermijn van zes jaar.
Een warmteverliesberekening op de startverklaring
Vanaf 1 januari 2026 bevatten de startverklaring en het EPC Bouw van elke nieuwe of ingrijpend energetisch gerenoveerde woning een vereenvoudigde, indicatieve warmteverliesberekening voor het beschermd volume van de EPB-eenheid. Bij niet-residentiële en industriële projecten verschijnt die berekening niet, en bij een gewone renovatie evenmin, want daar wordt geen EPC Bouw opgemaakt.
Het doel is het bepalen van het benodigde vermogen van de warmteopwekker, bijvoorbeeld een warmtepomp. De aannames zijn bewust grof: één globale berekening over het volledige beschermd volume in plaats van per ruimte, een uniforme binnentemperatuur van 20 °C, een vaste buitentemperatuur van min 7 °C ongeacht de locatie in Vlaanderen, en geen correcties voor nachtverlaging of opwarmtijd.
Dit is uitdrukkelijk geen EPB-eis. Het is een informatief gegeven dat automatisch uit de ingevoerde softwaregegevens wordt afgeleid, het vervangt geen gedetailleerde dimensioneringsstudie, en de overheid is niet aansprakelijk bij een foutieve dimensionering op basis daarvan. Verwar het niet met de warmteverliesberekening per ruimte volgens NBN EN 12831, die bij de dimensioneringsnota van het afgiftesysteem hoort en andere uitkomsten geeft. Zie de warmteverliesberekening op uw startverklaring.
Op het EPC Bouw voor woningen komen per dezelfde datum nog gegevens bij: de luchtdichtheidsmeting, aanpassingen door de nieuwe bouwknoopinvoer, het indicatieve verwarmingsvermogen, gegevens over hernieuwbare energie, en een waarschuwing wanneer het ventilatieprestatieverslag ontbreekt.
Twee aanpassingen in de rekenmethode
Warmtekrachtkoppeling. Voor omgevingsvergunningsaanvragen vanaf 1 januari 2026 wordt bij een WKK het rendement voor de bepaling van het installatierendement gelijkgesteld aan de som van het thermische en het elektrische rendement. Voordien telde de elektriciteitsproductie niet mee, waardoor een WKK slechter scoorde dan een fossiele ketel. De eis zelf blijft 130%. De wijziging raakt enkel het installatierendement van wooneenheden: in de E-peilberekening verandert er niets, en voor alle andere opwekkers blijft de methode identiek.
Sterk geventileerde kelders. In tabel 7 van het transmissiereferentiedocument verdwijnt het gelijkheidsteken. Daarmee wordt verduidelijkt dat bij kelders en ondergrondse parkeergarages enkel de sterk geventileerde als buitenomgeving beschouwd worden. De overheid stelt uitdrukkelijk dat het altijd al zo bedoeld was en dat de oude formulering interpretatieruimte liet. Het bepaalt welke U-eis geldt op de keldervloer, de kelderwanden en het plafond erboven.
Twee wijzigingen die op de overzichtspagina ontbreken
De officiële wijzigingspagina voor 2026 vermeldt de volgende twee punten niet, terwijl ze wel in werking zijn. Wie zich enkel op die pagina baseert, mist ze.
De invoer van de bouwknopen is grondig gewijzigd voor projecten met aanvraagdatum vanaf 1 januari 2026. De bouwknopen worden voortaan ingevoerd op het niveau van de EPB-eenheid in plaats van op het niveau van het beschermd volume, rechtstreeks in vier tabellen. Er is geen automatische conversie tussen de oude en de nieuwe invoerwijze: wijzigt u de aanvraagdatum over de grens van 1 januari 2026 heen, in welke richting ook, dan moeten de bouwknopen volledig opnieuw ingegeven worden.
Bestaande zonnepanelen mogen ingerekend worden bij nieuwbouw, voor EPB-aangiften die worden ingediend vanaf 20 juli 2026, ongeacht de bouwaanvraagdatum. Bij een IER kon dat al. Twee voorwaarden: de installatie mag niet van een andere site verhuisd zijn, en enkel het deel dat nog niet aan een andere EPB-eenheid toegekend werd, telt mee.
Wat er niet verandert, ook al lijkt het zo
Op 17 juli 2026 kondigde de Vlaamse Regering aan dat de maximale boete bij het niet naleven van de EPB-eisen bij nieuwbouw verlaagd wordt van 25 naar 10 euro per m³ bouwvolume. Die wijziging is nog niet definitief goedgekeurd en heeft geen datum van inwerkingtreding. Tot dan blijft 25 euro per m³ het plafond bij nieuwbouw. De actuele bedragen staan in wat een EPB-boete kost.
Er is ook geen wijziging aan de verwarmingsverboden met ingang in 2026. De laatste stappen dateren van eerder: het aardgasverbod bij nieuwbouw en het minimaal installatierendement van 130% gelden sinds vergunningsaanvragen van 1 januari 2025.
Voor 2027 staan er wel maatregelen op de rol, waaronder de volledige EPB-vrijstelling van alleenstaande zorgwoningen kleiner dan 50 m² en een vrijstelling van het S-peil bij gedeeltelijke herbouw van beschermde gebouwen. Die zijn goedgekeurd maar nog niet in werking. In een dossier van 2026 past u ze dus niet toe.
Welke datum bepaalt of dit voor u geldt
De datum van de bouwaanvraag of melding bepaalt welke EPB-eisen gelden, niet de startdatum van de werken. U vindt die datum op het ontvangstbewijs van de gemeente.
Twee overgangsregels zijn het nagaan waard. Wordt voor een bestaand project een volledig nieuwe vergunning aangevraagd, dan gelden de eisen van dat nieuwe aanvraagmoment: een dossier uit 2024 dat in 2026 opnieuw vergund wordt, valt daarmee onder de eisen vanaf 2025, inclusief het aardgasverbod en de 130%-eis. Gaat het om een wijzigingsvergunning zonder bijkomende EPB-eenheden, dan blijven de eisen van de oorspronkelijke vergunning gelden. Dat verschil is voor woningbouw aanzienlijk.
Welke eisen op uw project van toepassing zijn, staat in de EPB-eisen voor een vergunning in 2026. Loopt er vandaag een dossier, dan is er één ding dat u meteen kan nagaan: welke uiterste indiendatum er nu op staat.
Wij volgen deze wijzigingen op in elk dossier dat wij in beheer hebben. Hoe dat traject verloopt, leest u op de pagina over EPB-verslaggeving. Wilt u weten welke eisen en welke termijn op uw project spelen, loop dan de offerte-configurator door of overleg via contact.
Hier zelf mee te maken?
Bekijk wat wij doen, of vraag meteen een richtprijs voor uw eigen project.
Meer over regelgeving
E-peil, S-peil en K-peil: drie cijfers met elk een eigen toepassingsgebied
Het E-peil geldt bij nieuwbouw en IER, het S-peil enkel bij nieuwe wooneenheden en het K-peil alleen nog bij nieuwbouw van industrie. Wat elk cijfer meet.
LezenEPB-eisen bij een vergunningsaanvraag in 2026: er verandert niets aan de eisen
Voor bouwaanvragen in 2026 verandert er geen enkele EPB-eis: de eisentabel vanaf 2025 loopt door. Wat er dan wél wijzigt, en welk pakket op uw woning valt.
LezenDe indientermijn van uw EPB-aangifte: zes jaar vanaf de vergunning
De EPB-aangifte moet uiterlijk zes jaar na het verlenen van de vergunning ingediend zijn. Bij nieuwbouw geldt daarnaast een termijn van twaalf maanden.
Lezen