De indicatieve warmteverliesberekening op uw startverklaring
· bijgewerkt op 27 augustus 2026
Vanaf 1 januari 2026 staat op de startverklaring en op het EPC Bouw van elke nieuwe of ingrijpend energetisch gerenoveerde woning een vereenvoudigde, indicatieve warmteverliesberekening voor het beschermd volume van de EPB-eenheid. Ze dient om het benodigde vermogen van de warmteopwekker te bepalen, bijvoorbeeld van een warmtepomp, en om het aanbestedingsproces te vereenvoudigen. Het is geen EPB-eis: er hangt geen norm en geen sanctie aan.
Het toepassingsgebied is uitdrukkelijk beperkt tot woningen. Voor niet-residentiële eenheden en voor industrie is deze berekening niet voorzien. Ze verschijnt ook niet bij een gewone renovatie, want daar wordt geen EPC Bouw opgemaakt.
Wat er precies bijgekomen is
De berekening wordt automatisch afgeleid uit de gegevens die de EPB-verslaggever toch al in de software invoert. U hoeft er dus geen aparte studie voor te bestellen. Het totale warmteverlies is de som van drie posten:
- de transmissieverliezen, op basis van de gemiddelde U-waarde en het verliesoppervlak;
- de infiltratieverliezen, op basis van het ontwerplekdebiet;
- de ventilatieverliezen, op basis van het beschermd volume en het thermisch rendement van de warmteterugwinning.
De aannames liggen vast en zijn bewust grof gehouden: één globale benadering over het volledige beschermd volume en niet per ruimte, een uniforme binnentemperatuur van 20 °C, een vaste buitentemperatuur van -7 °C ongeacht waar in Vlaanderen u bouwt, en geen correcties voor nachtverlaging of opwarmtijd.
Daarmee is het geen extra last, maar een resultaat dat voortaan zichtbaar wordt op het moment dat het nog nut heeft: vóór de werken beginnen.
Waarom dat cijfer ertoe doet
Een verwarmingsinstallatie wordt in de praktijk nog vaak gekozen op ervaring, op de vorige ketel of op het vermogen dat de leverancier standaard voorstelt. Bij een goed geïsoleerde woning klopt die gewoonte niet meer: het werkelijke warmteverlies ligt doorgaans lager dan verwacht. Een te zwaar gedimensioneerde warmtepomp is niet alleen duurder in aankoop, ze draait ook minder in haar gunstige werkingsgebied.
Daar komt de regelgeving bij, en die is de laatste jaren op twee punten strenger geworden voor woningbouw.
| Eis | Waar ze geldt | Wat er gebeurt als u ze niet haalt |
|---|---|---|
| Ontwerpvertrektemperatuur van maximaal 45 °C bij centrale verwarming met water | nieuwbouw met E-peileis, vergunningsaanvragen vanaf 1 januari 2023 · niet bij een ingrijpende energetische renovatie | de E-peileis verstrengt met 15%; pas als u dat strengere E-peil niet haalt, volgt een boete. Mist u tegelijk het minimumaandeel hernieuwbare energie, dan loopt de verstrenging op tot 30% |
| Minimaal installatierendement van 130% bij centrale verwarming met water | nieuwbouw én ingrijpende energetische renovatie, vergunningsaanvragen vanaf 1 januari 2025 | een rechtstreekse boete van 1 euro per procent afwijking van de vereiste 130% en per m² bruto vloeroppervlakte, met een maximum van 25 euro per m² |
Die 45 °C wordt aangetoond met een conforme dimensioneringsnota van het afgiftesysteem, waaruit blijkt dat het afgiftesysteem bij de gerapporteerde temperaturen het berekende warmteverlies per ruimte kan invullen. Lage temperatuur en een correct vermogen hangen dus samen. Wie het warmteverlies pas achteraf laat uitrekenen, ontdekt soms dat de radiatoren te klein zijn om bij 45 °C nog voldoende warmte af te geven, en op dat moment ligt het pleisterwerk er al.
Beide eisen gelden alleen bij centrale verwarming met water. Kiest u een luchtsysteem, een warmtenet of plaatselijke opwekkers, dan gelden ze niet. Bij nieuwbouw is er sinds vergunningsaanvragen vanaf 2025 bovendien geen aardgasaansluiting meer toegestaan, waardoor de hybride warmtepomp daar wegvalt en in de praktijk de warmtepomp of het warmtenet overblijft. Bij een ingrijpende energetische renovatie blijft een gasaansluiting mogelijk, maar dwingt de eis van 130% er wel minstens een hybride warmtepomp af. Meer daarover in de installatie-eisen voor verwarming.
Indicatief is niet hetzelfde als volledig
Het is belangrijk te weten wat het cijfer op uw startverklaring wél en niet is.
Wat het wel doet: het geeft een richtwaarde voor het totale warmteverlies van het beschermd volume, en dus voor het vermogen van de warmteopwekker.
Wat het niet doet: het verdeelt dat vermogen niet over de afzonderlijke ruimten. Voor het kiezen van radiatorafmetingen, het bepalen van de lengte van vloerverwarmingskringen of het inregelen van de installatie hebt u een warmteverliesberekening per ruimte nodig, uitgevoerd volgens de norm NBN EN 12831. Dat is een andere berekening met andere aannames, en de resultaten kunnen dus verschillen. Die berekening kan de installateur die het afgiftesysteem ontworpen heeft opmaken, en ook een verslaggever mag ze uitvoeren, zolang ze volgens de juiste norm gebeurt. De minimale gegevens liggen vast in bijlage 13 bij het ministerieel besluit van 28 december 2018; het sjabloon van het VEKA gebruiken is niet verplicht, elk document dat aan de voorwaarden voldoet wordt als stavingsstuk aanvaard.
Die volledige berekening maken wij als aparte opdracht, ook wanneer wij het EPB-dossier zelf niet in beheer hebben. Voor bouwheren gebeurt dat meestal samen met het EPB-dossier, voor architecten en installateurs vaak los ervan, via onderaanneming.
Nog een beperking: is de startverklaring opgemaakt met voorlopige of conservatieve waarden, dan is de warmteverliesberekening op dat document niet actueel. En het VEKA is uitdrukkelijk niet aansprakelijk voor een foutieve dimensionering op basis van dit indicatieve cijfer.
Wat er nog verandert op uw formulieren
De warmteverliesberekening is niet de enige aanpassing aan de formulieren vanaf 1 januari 2026. Op het EPC Bouw van woningen komen ook gegevens van de luchtdichtheidsmeting, aanpassingen in verband met de nieuwe invoer van bouwknopen, een waarschuwing wanneer het ventilatieprestatieverslag ontbreekt, en gegevens over hernieuwbare energie.
Die nieuwe invoer van bouwknopen hangt aan de aanvraagdatum van de omgevingsvergunning vanaf 1 januari 2026 en is meer dan een schermwijziging: bouwknopen worden voortaan ingevoerd op het niveau van de EPB-eenheid in plaats van op het niveau van het beschermd volume, en een automatische conversie tussen beide invoerwijzen bestaat niet. Verschuift de aanvraagdatum over die grens heen, in welke richting ook, dan moeten de bouwknopen volledig opnieuw ingegeven worden. Het overzicht van alle wijzigingen staat in wat er in 2026 verandert.
Wat u ermee doet als bouwheer
Vraag het cijfer op bij uw verslaggever voordat u de verwarming bestelt, en leg het naast het voorstel van uw installateur. Wijkt het sterk af, dan is dat geen ramp, maar wel een gesprek waard voordat er iets geplaatst wordt.
Dat is meteen de reden waarom de startverklaring het juiste moment is. Ze wordt ingediend vóór de werken beginnen, op het ogenblik dat een aanpassing nog een keuze is en geen herstelling. Wat er in dat traject verder van u verwacht wordt, leest u bij EPB-verslaggeving. Wilt u weten wat de begeleiding van uw project kost, loop dan de offerte-configurator door.
Hier zelf mee te maken?
Bekijk wat wij doen, of vraag meteen een richtprijs voor uw eigen project.
Meer over regelgeving
E-peil, S-peil en K-peil: drie cijfers met elk een eigen toepassingsgebied
Het E-peil geldt bij nieuwbouw en IER, het S-peil enkel bij nieuwe wooneenheden en het K-peil alleen nog bij nieuwbouw van industrie. Wat elk cijfer meet.
LezenEPB-eisen bij een vergunningsaanvraag in 2026: er verandert niets aan de eisen
Voor bouwaanvragen in 2026 verandert er geen enkele EPB-eis: de eisentabel vanaf 2025 loopt door. Wat er dan wél wijzigt, en welk pakket op uw woning valt.
LezenEPB in 2026: geen strengere eisen, wel zes praktische wijzigingen
Geen enkele EPB-eis verstrengt in 2026. Wat wel verandert: de indientermijn van zes jaar, de warmteverliesberekening en twee rekenmethodes.
Lezen