Naar de inhoud
Juridisch

De waarde bij ontstentenis: wat de berekening invult als het bewijs ontbreekt

· bijgewerkt op 27 augustus 2026

Zijn de eigenschappen van een materiaal, toestel of systeem noch via visuele inspectie noch via stavingsstukken gekend, dan moet de verslaggever rekenen met de waarde bij ontstentenis. Dat is een veilige waarde waarmee altijd gerekend mag worden, maar men bereikt er niet altijd een goede energieprestatie mee en voldoet er soms zelfs niet meer mee aan de eisen. Bij twijfel tussen bewijsstukken geldt dezelfde regel: de minst gunstige aanname.

Dit mechanisme geldt voor alle bestemmingen en alle aard van de werken. Enkele concrete waarden zijn wel begrensd: de m-factor en het ketelrendement hieronder komen uit de residentiële rekenmethode, de vaste waarde voor thermische massa bestaat enkel voor niet-residentiële gebouwen.

Waar de regelgeving een vervangwaarde vastlegt

OnderdeelWaarde bij ontstentenisToepassingsgebied
m-factor voor ventilatieverliezen1,5residentieel
Rendement van een ketel voor ruimteverwarming73%residentieel, bouwaanvraag vanaf 1 januari 2021
Enkele beglazingUg 5,8 W/m²K met g 0,85nieuwbouw, bouwaanvraag vanaf 1 januari 2021
Gewoon dubbel glasUg 3,3 W/m²K met g 0,75nieuwbouw, bouwaanvraag vanaf 1 januari 2021
Drievoudige beglazingUg 2,3 W/m²K, g volgens tabel H16nieuwbouw, bouwaanvraag vanaf 1 januari 2021
RoostersUr 6,0 W/m²K, alle typesnieuwbouw, bouwaanvraag vanaf 1 januari 2021
Deur of poort, niet-geïsoleerd, metaal6,00 W/m²Kalle bouwaanvragen, alle bestemmingen
Deur of poort, niet-geïsoleerd, ander materiaal4,00 W/m²Kalle bouwaanvragen, alle bestemmingen
Deur of poort, geïsoleerd, metaal5,00 W/m²Kalle bouwaanvragen, alle bestemmingen
Deur of poort, geïsoleerd, ander materiaal3,00 W/m²Kalle bouwaanvragen, alle bestemmingen
Thermische massa55 kJ/(m².K)enkel niet-residentieel

Bij een ingrijpende energetische renovatie gelden andere glaswaarden dan bij nieuwbouw: gewoon dubbel glas krijgt daar Ug 2,8 W/m²K met g 0,75, en een paneel zonder isolatie Up 6,0 W/m²K. Een deur of poort geldt pas als geïsoleerd wanneer minstens 70% van de totale oppervlakte voorzien is van isolatie met een R-waarde van minstens 0,4 m²K/W.

De m-factor verdient een aparte blik. Bij ontstentenis krijgt hij de waarde 1,5, uitgaande van de veronderstelling dat er geen bijzondere aandacht is besteed aan een perfecte uitvoering. Door een betere uitvoeringskwaliteit aan te tonen daalt hij naar 1,26 bij systeem A, 1,17 bij systeem B, 1,017 bij systeem C en 1,00 bij systeem D. De ventilatieverliezen in de E-peilberekening worden met die factor vermenigvuldigd. Het verschil tussen 1,00 en 1,5 is dus geen detail.

Waar er helemaal geen vervangwaarde bestaat

Voor sommige onderdelen voorziet de rekenmethode geen waarde bij ontstentenis. Dan geldt niet een ongunstig cijfer, maar het slechtste denkbare geval.

Het duidelijkste voorbeeld is isolatie. Voor de dikte en het type van een isolatiemateriaal bestaat geen vervangwaarde, en dan moet uitgegaan worden van de slechtste situatie: er is geen isolatie aanwezig. Een dak dat werkelijk geïsoleerd is, telt dan als een dak zonder isolatie. Ook voor de U-waarde van een venster of een paneel op zich is geen waarde bij ontstentenis vastgelegd.

Voor materialen waarvan de gedeclareerde lambdawaarde niet gekend of onzeker is, mag wél met een lambdawaarde bij ontstentenis gerekend worden. Die waarden zijn in de EPB-software verwerkt, maar mogen niet gebruikt worden voor de isolatie van technische installaties.

Waarom het effect zich opstapelt

Eén ontbrekende fiche is meestal op te vangen. Het probleem ontstaat wanneer er in hetzelfde dossier meerdere gaten zitten: geen bewijs van de dakisolatie, geen kenplaat van de warmtepomp, geen fiche van het glas. Elk van die onderdelen krijgt afzonderlijk de ongunstigste aanname, en die aannames komen samen in hetzelfde eindcijfer. Zo komt het dat een gebouw dat op de werf in orde is, op papier de eis niet haalt. Het gebouw presteert; het dossier niet.

Het omgekeerde geldt ook: detailberekeningen kunnen tot een lager en dus beter E-peil leiden. Om detailwaarden te mogen meerekenen zijn extra metingen, testen of geldige stavingsstukken nodig. Zie stavingsstukken en uw E-peil.

Van ontbrekend bewijs naar twee verschillende boetes

Sinds 2023 moet de verslaggever de belangrijkste stavingsstukken uit het technische dossier opladen op de energieprestatiedatabank, zowel voor vergunningsaanvragen vanaf 2023 als voor lopende dossiers. Een lijst van stukken die lokaal bewaard worden maar niet opgeladen zijn, is onvoldoende: de stukken zelf moeten per rubriek opgeladen worden.

Ontbreekt die verplichte staving, dan gaat het VEKA er bij controle van uit dat ze niet beschikbaar is en rekent het met de waarde bij ontstentenis, of alsof de maatregel niet is uitgevoerd. Het voorbeeld uit de bron is scherp: kan het VEKA niet traceren dat de gerapporteerde PUR-vloerisolatie van dat merk of type effectief geplaatst is, dan rekent het met de lambdawaarde bij ontstentenis.

Daaruit kunnen twee sancties bij twee verschillende partijen volgen. Een boete voor niet-correcte rapportering komt bij de verslaggever terecht, met een maximum van 10 euro per m³. Leidt de rechtzetting in een hernieuwingsaangifte er vervolgens toe dat een U-max-eis niet meer gehaald wordt, dan volgt daarnaast een boete voor de aangifteplichtige. Hoe die verdeling loopt, staat in wie welke EPB-boete draagt, en de bedragen in wat een EPB-boete kost.

Let daarbij op het volume. Boetes worden berekend per kubieke meter bouwvolume, en bij een laattijdige aangifte specifiek per m³ nieuw bouwvolume. Het beschermd volume uit uw rekenbestand is dus niet de maat waarop de boete berekend wordt.

Waarom dit vooral speelt bij overgenomen dossiers

In een dossier dat van begin tot einde door dezelfde verslaggever wordt opgevolgd, worden de stukken opgevraagd op het moment dat ze nog bestaan. Bij een overname loopt het daar mis: de vorige verslaggever reageert niet meer, de werf is grotendeels afgewerkt, en niemand weet nog welke isolatie er in de spouw zit.

Dat een bouwpartner de documenten niet bezorgt, geldt bovendien niet als overmacht. Dan rekent de verslaggever gewoon met standaardwaarden. Kan hij de aangifte helemaal niet indienen, dan kan hij de dossierfase op “geblokkeerd” zetten, waarna het VEKA een handhaving kan opstarten gericht op de aangifteplichtige. Sommige verslaggevers bepalen contractueel dat ze niet indienen zonder volledig stavingsdossier; dan loopt de bouwheer het risico op een boete voor het niet-indienen én op een boete voor het niet voldoen aan de eisen. Zie hoe het VEKA controleert.

Wat er achteraf nog te herstellen valt

Meer dan de meeste mensen verwachten. Bewijs is niet alleen op de werf te vinden, en een visuele inspectie kan de vervangwaarde evengoed vermijden als een factuur.

Bij de aannemer en de installateur. Facturen met het projectadres of het kadastrale nummer erop zijn er bijna altijd nog, ook jaren later. Ook uitvoeringsplannen, lastenboeken die deel uitmaken van het aannemingscontract, en ondertekende offertes die aan zo’n stuk gekoppeld zijn, worden aanvaard.

Bij de fabrikant. Technische documentatie mag gebruikt worden, ook van een fabrikantenwebsite, mits gecontroleerd wordt op merk en productnaam en op de normconforme bepaling van de waarden. Gegevens uit de EPB-productgegevensdatabank zijn erkend: daarvoor moet niets extra opgevraagd worden.

Bij de bouwheer zelf. In de fotorol van een telefoon zitten vaak precies de beelden die nodig zijn: de spouw voor het metselwerk dichtging, de kenplaat van de ketel. Foto’s worden aanvaard op voorwaarde dat er zowel een detailfoto als een overzichtsfoto is en dat ze eenduidig te lokaliseren zijn.

Wat nooit telt: een verklaring van de eigenaar, de aannemer, de architect of de installateur. Die draagt geen bewijskracht over kenmerken, eigenschappen of effectieve plaatsing. Welke stukken wel standhouden, staat in stavingsstukken die wél tellen.

Wat wij doen bij een overname

Wij brengen eerst in kaart wat vastligt en waar de gaten zitten, en zoeken daarna gericht het bewijs dat de zwaarste vervangwaarden kan vervangen. Niet elk gat weegt even zwaar in het eindcijfer. Dat eerste nakijken rekenen wij niet aan. Meer daarover bij een EPB-dossier laten overnemen.

Kreeg u al een vaststelling of een boete omdat de eis niet gehaald werd, dan is alsnog gevonden bewijs vaak precies het technische argument dat telt. Zie een boete van het VEKA, of neem contact op met wat u heeft.

Hier zelf mee te maken?

Bekijk wat wij doen, of vraag meteen een richtprijs voor uw eigen project.

Een vraag over uw eigen werf?

Wij denken liever vooraf mee dan achteraf te herstellen. Bellen kost u niets.