Een houtkachel of pelletkachel als hoofdverwarming: wat doet EPB ermee?
· bijgewerkt op 27 augustus 2026
De vraag komt in twee smaken. Bij nieuwbouw: “mag ik een pelletkachel als hoofdverwarming zetten?” Bij renovatie: “de open haard blijft, wat doet dat met mijn dossier?” Het antwoord verschilt sterk, en in beide gevallen ligt de verrassing niet bij de vraag of het mag, maar bij wat het kost in de berekening.
Dit artikel gaat over woningbouw. Voor niet-residentiële gebouwen gelden dezelfde rekenregels voor de opwekking, maar andere eisen; voor industrie geldt geen E-peileis en dus een volledig ander kader.
Mag het? Ja, met randvoorwaarden
De EPB-regelgeving verbiedt geen enkel verwarmingstoestel. Ze rekent alleen af op het resultaat.
Wat wel geldt sinds bouwvergunningsaanvragen vanaf 1 januari 2025: bij nieuwbouw is een aardgasaansluiting niet meer toegestaan. De gebouwverwarming kan dan nog met een warmtepomp, een warmtenet, een biomassaketel in combinatie met een warmtepomp, of directe elektrische verwarming, waarbij die laatste een zeer nadelig effect op het E-peil heeft, behalve bij een zeer lage warmtevraag. Merk op hoe EPB-Pedia de biomassaketel formuleert: in combinatie met een warmtepomp, niet als alleenstaande oplossing.
De reden daarvoor ligt bij de installatie-eisen. Sinds bouwaanvragen vanaf 2025 moet een centrale verwarming met water een installatierendement van minstens 130% halen. Kachels zijn plaatselijke opwekkers en vallen uitdrukkelijk buiten dat toepassingsgebied, net als warmtenetten en luchtverwarming. Ook de eis op lagetemperatuurverwarming van maximaal 45 °C geldt alleen bij centrale verwarming met water en dus niet voor een kachel. Beide afbakeningen staan in installatie-eisen verwarming.
Dat lijkt gunstig: een kachel ontsnapt aan twee eisen. Alleen komt de rekening elders.
Waar het pijn doet: het opwekkingsrendement
Het E-peil rekent met het opwekkingsrendement van uw toestel. Hoe lager dat rendement, hoe meer energie er nodig is voor dezelfde warmte, en hoe hoger uw E-peil.
Voor kachels en open haarden kan dat rendement op drie manieren bepaald worden: op basis van Ecodesigngegevens, via een gedetailleerde berekening, of met een vaste waarde. Voor bouwaanvragen vanaf 1 januari 2019 ziet de tabel er als volgt uit.
| Type toestel | Gedetailleerde berekening | Waarde bij ontstentenis | Vaste waarde |
|---|---|---|---|
| Kolen- of houtkachel (geen pelletkachel) met open voorkant | fNCV/GCV × ηnom | 0,30 | n.v.t. |
| Kolen- of houtkachel (geen pelletkachel) met gesloten voorkant | fNCV/GCV × ηnom | 0,60 | n.v.t. |
| Pelletkachel met nominaal vermogen van hoogstens 50 kW | fNCV/GCV × ηnom | 0,65 | n.v.t. |
| Pelletkachel met nominaal vermogen hoger dan 50 kW | n.v.t. | n.v.t. | 0,70 |
| Oliekachel | n.v.t. | n.v.t. | 0,75 |
| Aardgaskachel | n.v.t. | n.v.t. | 0,75 |
| Propaan-, butaan- of LPG-kachel | n.v.t. | n.v.t. | 0,76 |
Twee zaken springen eruit.
Ten eerste is een open haard bijzonder ongunstig: 0,30 bij ontstentenis. Dat betekent dat in de berekening ruwweg zeventig procent van de energie-inhoud van uw brandhout verloren gaat. Dat is geen straf, het is de bouwfysische werkelijkheid van een open vuur met een schouwtrek.
Ten tweede is het verschil tussen ontstentenis en detailberekening groot. Levert u de juiste gegevens aan, dan wordt gerekend met fNCV/GCV × ηnom, waarbij ηnom het nuttig rendement bij nominale warmteafgifte is, bepaald volgens de juiste norm:
- NBN EN 13240 voor hout- en kolenkachels met open voorkant;
- NBN EN 13229 voor hout- en kolenkachels met gesloten voorkant;
- NBN EN 15250 voor accumulerende kachels op hout of kolen;
- NBN EN 14785 voor houtpelletkachels.
Een moderne pelletkachel haalt in die normen doorgaans veel meer dan 0,65. Zonder het juiste testrapport rekent de software echter met de waarde bij ontstentenis, en betaalt u met E-peilpunten voor een toestel dat beter is dan waarmee gerekend wordt. Hoe dat mechanisme in het algemeen werkt, staat in de waarde bij ontstentenis, en welke stukken standhouden in geldige stavingsstukken.
De tweede valstrik: de dimensioneringsnota
Wie een kachel als hoofdverwarming ziet, botst bij nieuwbouw op een praktisch probleem dat weinig mensen zien aankomen.
Wordt er daarnaast een centrale verwarming met water voorzien, dan moet u de ontwerpvertrektemperatuur staven met een dimensioneringsnota van het afgiftesysteem. Die nota moet ruimte per ruimte aantonen dat de afgifte-elementen het berekende warmteverlies kunnen compenseren. En daar staat een zin die alles bepaalt: het vermogen van een plaatselijke kachel of haard brengt geen soelaas in de dimensioneringsnota.
Met andere woorden: u kunt de radiatoren of de vloerverwarming in de woonkamer niet kleiner dimensioneren omdat er ook een kachel staat. Voor de nota bestaat die kachel niet. Meer over die nota in lagetemperatuurverwarming en vloerverwarming.
Er is één uitzondering, maar ze werkt in een andere richting: ruimten waar een combinatie van plaatselijke en centrale verwarming voorzien is, mogen buiten de ruimte-per-ruimtetoets blijven op voorwaarde dat de plaatselijke verwarming voor het E-peil is ingerekend. U koopt dat dus met een slechter E-peil.
Telt een houtkachel mee voor hernieuwbare energie?
Hier is het antwoord sinds kort veranderd, en het verschilt per aard van de werken. Dat is precies het soort onderscheid waar oudere informatie op het internet fout zit.
| Aard van de werken | Telt een ketel, kachel of WKK op biobrandstof mee voor het minimumaandeel? |
|---|---|
| Nieuwbouw, aanvraag vanaf 1 januari 2025 | nee; enkel eigen productie via thermische en fotovoltaïsche zonne-energie telt nog mee |
| Nieuwbouw, aanvraag tot en met 31 december 2024 | ja, binnen de toen geldende bredere lijst |
| Ingrijpende energetische renovatie | ja, biomassa telt nog steeds mee |
De reden die EPB-Pedia zelf geeft voor de wijziging bij nieuwbouw: fossielvrij verwarmen wordt sowieso de standaard omdat een gasaansluiting geen optie meer is. Biomassa blijft dus wel toegelaten als verwarmingskeuze bij nieuwbouw, maar het levert er geen punten meer op voor het minimumaandeel.
Bij een ingrijpende energetische renovatie moet minstens 20 kWh per m² bruto vloeroppervlakte uit hernieuwbare bronnen komen, en daar telt een ketel, kachel of WKK op biobrandstof wél mee. Er hangt dan een kwaliteitsvoorwaarde aan: een biomassaketel of -kachel op hout of pellets moet voldoen aan energie-efficiëntieklasse A+ zoals vermeld op het Europese energielabel. Die regel geldt voor EPB-aangiften vanaf 5 juli 2024; voor aangiften daarvóór gold het KB van 12 oktober 2010, met een opwekkingsrendement van minstens 85% en emissiegrenzen voor CO en fijn stof onder fase III. Het volledige plaatje staat in het minimumaandeel hernieuwbare energie.
Wat een kachel doet met de IER-toets zelf
Dit is het punt waar veel renovatiedossiers kantelen, en het is verrassend gunstig.
Om van een ingrijpende energetische renovatie te spreken, moet naast de 75%-toets op de schil ook minstens de opwekker volledig vervangen worden. De casustabel van EPB-Pedia bevat daarvoor één rij die specifiek over kachels gaat:
Was er oorspronkelijk enkel een open haard of een lokale houtkachel (dus geen CV-houtkachel) die behouden blijft, en wordt er een nieuwe warmteopwekker bijgeplaatst, dan is het resultaat een IER.
Vergelijk dat met de rij erboven: blijft een bestaande warmteopwekker zoals een ketel behouden en wordt er een nieuwe bijgeplaatst, dan is het gewoon een renovatie. Het verschil zit erin dat een lokale houtkachel of open haard niet als volwaardige warmteopwekker van de eenheid geldt. Wie enkel een houtkachel had en er een warmtepomp bijzet, komt dus wél in het IER-regime terecht, mits ook de 75%-grens gehaald wordt.
Let op het woord lokale. Een CV-houtkachel, dus een kachel die op de centrale verwarming is aangesloten, valt uitdrukkelijk niet onder die rij en telt wel als bestaande warmteopwekker. Dat verschil van één aansluiting bepaalt de volledige aard van uw werken, en dus uw hele eisenpakket.
Nog twee praktische punten
Ventilatie en rookgassen. Bij een ventilatiesysteem C verloopt de toevoer natuurlijk en de afvoer mechanisch. EPB-Pedia waarschuwt daar uitdrukkelijk: let op dat u geen onderdruk creëert, want zo kunnen rookgassen van kachels of een open haard naar binnen getrokken worden. Wie een kachel plant, neemt dat mee in de systeemkeuze; zie systeem A, B, C of D.
De ruimte zelf. Een opstellingsruimte voor verbrandingstoestellen en een bergruimte met een verbrandingstoestel krijgen binnen het beschermd volume géén EPB-ventilatie-eis, maar er kunnen wel andere regels gelden, met name NBN B61-002 voor stookruimten. Die moet u ook naleven.
Ook vakgenoot mijnepb.be behandelt dit onderwerp, in artikels over de houtkachel als hoofdverwarming en de pelletkachel.
Wilt u weten wat een hout- of pelletkachel in úw dossier doet, en of uw renovatie daardoor als IER telt, dan rekenen wij beide scenario’s door binnen onze EPB-verslaggeving. Loop de offerte-configurator door of neem contact op met de technische fiche van uw toestel.
Hier zelf mee te maken?
Bekijk wat wij doen, of vraag meteen een richtprijs voor uw eigen project.
Meer over producten en materialen
Binnenisolatie in EPB: geen U-eis, maar wel meetellen voor de 75%
Isoleren aan de binnenzijde krijgt geen maximale U-waarde, maar telt wel als geïsoleerd in de 75%-toets voor een IER. Wat dat commercieel betekent.
LezenDakisolatie in EPB: de U-eis, na-isolatie en de 75%-toets
De U-eis van 0,24 W/m²K op daken en plafonds, het aparte vak voor na-isolatie, en wanneer een dak wel of niet meetelt in de 75%-toets voor een IER.
LezenDe g-waarde van beglazing en de rol van zonwering
De g-waarde bepaalt hoeveel zon uw glas doorlaat. Hoe die samen met zonwering de oververhittingsindicator en uw E-peil stuurt.
Lezen