Naar de inhoud
Ventilatie

Systeem A, B, C of D: welk ventilatiesysteem past bij welk project?

· bijgewerkt op 27 augustus 2026

Bij nieuwbouw en bij een ingrijpende energetische renovatie moet er een volledig ventilatiesysteem in het gebouw komen. Bij een gewone renovatie volstaan toe- en of afvoervoorzieningen. Welke letter het wordt, ligt vast vóór de eerste steen en bepaalt de rest van uw ventilatiedossier.

Dit artikel is geschreven vanuit woningbouw. De vier systemen bestaan voor alle bestemmingen, maar de debieten, het kwaliteitskader en de combinatieregel hieronder zijn residentieel begrensd. Voor niet-residentiële en industriële projecten gelden andere debietregels, op basis van bezetting en oppervlakte.

Vier systemen, twee bewegingen

De Belgische ventilatienorm NBN D50-001 onderscheidt vier systemen. Het verschil zit uitsluitend in twee bewegingen: hoe verse lucht binnenkomt en hoe vervuilde lucht buitengaat. Elke beweging gebeurt natuurlijk of mechanisch.

SysteemToevoerAfvoer
Anatuurlijknatuurlijk
Bmechanischnatuurlijk
Cnatuurlijk, via toevoerroostersmechanisch
Dmechanischmechanisch

In alle vier verloopt de doorstroming tussen de ruimten via roosters in binnenwanden of binnendeuren, of via spleten onder de deuren. Het principe is telkens hetzelfde: verse lucht naar de droge ruimten, doorstroom via de tussenruimten, afvoer uit de natte ruimten. Die richting is geen ontwerpvoorkeur maar de kern van de eis, en ze legt beperkingen op aan deurdoorgangen en kanaaltracés. Hoeveel lucht elke ruimte moet krijgen of afvoeren, staat in de debieteisen per ruimte.

Geen enkel systeem is verboden

Dat is de eerste misvatting die opgeruimd mag worden. EPB-Pedia legt geen verbod op een van de vier systemen: A, B, C en D zijn alle vier toegelaten. Systeem B wordt wel beschreven als theoretisch mogelijk maar in de praktijk zelden toegepast.

Er is één afrading, en die komt uit de norm en niet uit de EPB-regelgeving: systeem A wordt afgeraden bij appartementsgebouwen. Ze vervalt wanneer technische voorzieningen de terugstroming tussen wooneenheden voldoende beperken, of wanneer elke wooneenheid eigen afvoerkanalen heeft. Bij eengezinswoningen speelt ze niet.

Wat u bij nieuwbouw van een woning niet mag doen: mengen

Per wooneenheid, dus per eengezinswoning, appartement of studio, mogen verschillende ventilatiesystemen niet gecombineerd worden. Gebeurt dat toch, dan wordt enkel het debiet meegerekend van het systeem dat het grootste aandeel van het minimaal vereiste debiet levert. De rest van uw investering telt dan niet mee.

Let op het toepassingsgebied van die regel: ze geldt bij nieuwbouw van residentiële eenheden, voor bouwaanvragen vanaf 1 januari 2021. Bij renovatie en bij een IER formuleert EPB-Pedia het als een aanbeveling en niet als een eis, omdat de eis daar moeilijk haalbaar bleek. Dat botst met de algemene lijn dat een IER de nieuwbouweisen volgt; voor zo’n dossier vragen wij dat liever na bij het VEKA dan dat wij er een kant in kiezen.

Twee zaken vallen buiten de regel. Verschillende wooneenheden in eenzelfde gebouw mogen onderling wel verschillende systemen hebben, zolang wederzijdse beïnvloeding uitgesloten is. En speciale ruimten zoals garages binnen het beschermd volume, stookplaatsen, liftschachten, brandstofopslagruimten en leidingkokers vallen buiten de EPB-ventilatie-eisen.

Systeem C en systeem D in de praktijk

Bij systeem C komt verse lucht binnen via natuurlijke toevoerroosters in vensters of muren, en gebeurt de afvoer uit de natte ruimten mechanisch. Het aandachtspunt dat EPB-Pedia zelf noemt is onderdruk: creëer die niet, want daardoor kunnen rookgassen van een kachel of open haard naar binnen getrokken worden. Bij vraaggestuurde systemen C kunt u zelfregelende toevoerroosters kiezen, die de toevoer beperken bij veel wind.

Bij systeem D gebeuren toevoer en afvoer beide mechanisch. Wat dat oplevert, hangt vooral af van de warmteterugwinning. Daarover gaat de volgende sectie.

Er speelt ook een rekenkundig verschil dat vaak over het hoofd wordt gezien. In de E-peilberekening worden de ventilatieverliezen vermenigvuldigd met de m-factor, bij ontstentenis 1,5. Door uitvoeringskwaliteit aan te tonen daalt die: 1,26 bij systeem A, 1,17 bij B, 1,017 bij C en 1,00 bij D. Systeemkeuze én uitvoering werken dus rechtstreeks door in uw E-peil.

Warmteterugwinning en de zomerbypass

Dit is het argument waarom mensen voor D kiezen. In het stookseizoen zit in de afgevoerde lucht nog veel warmte. Bij systeem D loopt die door een warmteterugwinapparaat en verwarmt ze de aangevoerde buitenlucht voor. EPB-Pedia noemt een rendement van ongeveer 70 tot 90% en spreekt van een aanzienlijke E-peilverlaging, maar wel uitdrukkelijk onder de juiste omstandigheden.

Drie zaken bepalen wat de berekening u daarvoor toekent.

Het thermisch rendement. De waarde bij ontstentenis is 0%: toont u niets aan, dan telt uw warmteterugwinning voor niets mee. Die nulwaarde geldt bij bouwaanvragen vanaf 1 januari 2012 én EPB-aangiftes vanaf 1 juni 2014. Voor heatpipe- en twin-coilsystemen ligt een vaste 30% vast.

De balans tussen toevoer en afvoer. Hoge rendementen worden pas gehaald wanneer beide in evenwicht zijn. Een overmaat aan toevoer, in de praktijk het meest voorkomende geval, verlaagt het globale rendement sterk. Stuurt het toestel continu en automatisch bij zodra een debiet meer dan 5% van de instelwaarde afwijkt, dan krijgt de warmteterugwinning daarvoor een bonus.

De zomerbypass. Buiten het stookseizoen is voorverwarmen net wat u niet wilt. Een zomerbypass sluit de doorgang door de warmtewisselaar volledig of gedeeltelijk af, zodat de warmteterugwinning uitgeschakeld kan worden wanneer het binnen warmer is dan buiten. Dat verlaagt het risico op oververhitting. In de rapportering telt niet alleen of er een bypass is, maar ook van welk type: volledig of onvolledig.

Aan te leveren: merk, type en product-ID van het toestel, het thermisch rendement en het debiet waarbij dat gemeten is, plus het stavingsstuk. Staat het toestel in de EPB-productgegevensdatabank, dan garandeert het VEKA dat het rendement volgens de juiste methode bepaald is. Die lijst is niet verplicht en niet volledig; kiest u een toestel dat er niet op staat, dan beoordeelt de verslaggever de fabrikantgegevens zelf. Meld uw keuze dus vóór de bestelling, niet na de plaatsing.

Ook vakgenoot mijnepb.be behandelt dit onderwerp.

Centraal of decentraal

Bij een centraal systeem worden alle toevoer, alle afvoer, of beide samengebracht in één ventilatietoestel, met luchtkanalen en een rooster aan het eind. Een decentraal systeem werkt met lokale ventilatoren zonder kanalen, die rechtstreeks lucht uit een ruimte onttrekken of van buiten inblazen. EPB-Pedia koppelt aan dat onderscheid geen aparte eis of verbod.

Die keuze bepaalt vooral hoeveel plaats u nodig hebt in valse plafonds, kokers en technische ruimten, en wordt dus het best gemaakt terwijl de plannen nog op tafel liggen. Eén randvoorwaarde geldt wel: een centraal systeem D moet voorzien zijn van een warmteterugwinapparaat, en een nieuw geplaatst of gewijzigd systeem B, C of D moet minstens één energiebesparende maatregel bevatten. Die installatie-eisen gelden bij renovatie en bij nieuwbouw van industriegebouwen.

Het kwaliteitskader: enkel bij woongebouwen

Bij nieuwbouw en IER van woongebouwen geldt bovendien het kwaliteitskader ventilatie, voor bouwaanvragen vanaf 1 januari 2016. Dat betekent twee verplichte documenten van een erkende ventilatieverslaggever: een ventilatievoorontwerp vóór de werken, met het gekozen systeem, de componenten en de ruimtelijke impact, en een ventilatieprestatieverslag na de werken, met onder meer de gemeten mechanische debieten. De EPB-verslaggever neemt die gegevens over in de startverklaring en de EPB-aangifte.

Dat kader geldt niet bij een gewone renovatie, niet bij niet-residentiële gebouwen en niet bij industrie. De ventilatie-eisen zelf blijven daar wel gelden; enkel de kwaliteitsprocedure eromheen valt weg. Meer daarover in wanneer een ventilatieverslaggever verplicht is.

Bij een gewone renovatie ligt het anders

Daar is geen volledig systeem vereist en verschilt de eis per ruimte. In nieuwe natte ruimten komen afvoervoorzieningen en een doorstroomopening, in nieuwe droge ruimten toevoervoorzieningen en een doorstroomopening. In verbouwde ruimten geldt de toevoerverplichting enkel in de droge ruimten waar vensters vervangen of toegevoegd worden; nieuwe ramen in een badkamer of keuken vallen er dus niet onder. Zie nieuwe ramen en toevoerroosters en ventilatie bij gefaseerd renoveren.

Eén situatie is bij appartementsgebouwen courant: voor de EPB-eenheid gemeenschappelijk deel gelden geen ventilatie-eisen.

Laat de keuze vroeg vastleggen

De regelgeving schrijft geen letter voor, maar prestaties: welke debieten gehaald worden en hoe de lucht door het gebouw beweegt. Wie pas kiest wanneer de aannemer erom vraagt, kiest niet meer vrij.

Hoe het traject verloopt, van voorontwerp tot prestatieverslag, leest u bij ventilatieverslaggeving. Uw richtprijs berekent u in de offerte-configurator.

Hier zelf mee te maken?

Bekijk wat wij doen, of vraag meteen een richtprijs voor uw eigen project.

Een vraag over uw eigen werf?

Wij denken liever vooraf mee dan achteraf te herstellen. Bellen kost u niets.