Wanneer hebt u een ventilatieverslaggever nodig, en wanneer niet?
· bijgewerkt op 27 augustus 2026
Het kwaliteitskader ventilatie geldt bij nieuwbouw en gelijkwaardige werken van woongebouwen en bij ingrijpende energetische renovaties van woongebouwen, voor bouwaanvragen vanaf 1 januari 2016, en dat per wooneenheid. Het geldt uitdrukkelijk niet bij een gewone renovatie, niet bij niet-residentiële gebouwen en niet bij industrie. Valt uw project in die tweede groep, dan gelden er wel ventilatie-eisen, maar komt er geen ventilatieverslaggever aan te pas.
Dat toepassingsgebied is het hele artikel waard, want het is de meest gemaakte fout in deze materie: “sinds 2016 hebt u een ventilatieverslaggever nodig” klopt enkel bij woningbouw, en enkel bij nieuwbouw en IER.
Wanneer wel en wanneer niet
| Project | Ventilatie-eisen | Kwaliteitskader en ventilatieverslaggever |
|---|---|---|
| Nieuwbouw van een woning | volledig systeem A, B, C of D | ja, bouwaanvraag vanaf 1 januari 2016 |
| IER van een woning | volledig systeem A, B, C of D | ja, bouwaanvraag vanaf 1 januari 2016 |
| Gewone renovatie van een woning | enkel toevoervoorzieningen in droge ruimten waar vensters vervangen worden | nee |
| Nieuwbouw of IER, niet-residentieel | volledig systeem | nee |
| Verbouwing van een industriegebouw | geen ventilatie-eisen | nee |
Vervangt u dus enkel ramen in een bestaande woning, dan gelden er wel degelijk ventilatie-eisen op die ruimten, maar zonder ventilatieverslaggever en zonder de twee documenten hieronder. Zie nieuwe ramen en toevoerroosters.
Er is één uitzondering die de andere kant op werkt. Worden een niet-residentiële eenheid (EPN) en een wooneenheid (EPW) op basis van de samenvoegregels samengevoegd tot één EPW-eenheid, bijvoorbeeld wonen plus kantoor, dan gelden de eisen voor wonen op de volledige EPB-eenheid. Het kwaliteitskader is dan ook van toepassing op de niet-residentiële ruimten, en die moeten mee in het ventilatieprestatieverslag opgenomen worden.
Waarom er een tweede rol bijkwam
De ventilatie-eisen zelf zijn ouder. Basisventilatie, het constant en gecontroleerd verversen van de lucht, is voor nieuwe gebouwen verplicht sinds 2006. Wat lang ontbrak, was een sluitende manier om na te gaan of de eisen in de gebouwde woning ook werkelijk gehaald werden. Een berekening toont de bedoeling; ze toont niet wat er na de werken uit een rooster komt. Sinds 1 januari 2016 koppelt de Vlaamse overheid daarom het kwaliteitskader uit de STS-P 73-1 aan de EPB-regelgeving, met een aparte ventilatieverslaggever.
Beide rollen mogen bij dezelfde persoon liggen. Een EPB-verslaggever kan optreden als ventilatieverslaggever, maar dan moet hij zich apart laten erkennen door een kwaliteitsorganisatie die op haar beurt sinds 1 mei 2018 door het VEKA erkend moet zijn. Dat zijn vandaag BCCA vzw en SKH BV, beide erkend op 23 februari 2022, en AD-CO bv (Q Base), erkend op 16 juli 2025. De aangifteplichtige kiest wie hij aanstelt.
De twee documenten
Het ventilatievoorontwerp, vóór de start van de werkzaamheden. Het brengt het gekozen ventilatiesysteem, de componenten en de ruimtelijke impact ervan in kaart. De ventilatieverslaggever maakt het op en laadt het op in de databank van de kwaliteitsorganisatie. De EPB-verslaggever heeft het nodig voor de startverklaring en voert onder meer de code van 20 karakters uit die databank, de datum van opmaak en de naam van de opsteller in de EPB-software in.
Het ventilatieprestatieverslag, na de werkzaamheden. Dat legt de eigenschappen en de behaalde prestaties van het geplaatste systeem vast, conform de STS-P 73-1. Het bevat de EPB-gerelateerde prestaties (roosters, doorstroomopeningen, gemeten mechanische debieten, balans, warmteterugwinning) en daarnaast prestaties zoals akoestiek, de interactie met verwarming en dampkap, en luchtfiltering. Via het kwaliteitskader is bepaald dat alle mechanische debieten gemeten worden. De prestaties uit dat verslag heeft de EPB-verslaggever nodig voor de EPB-aangifte.
Ventilatieplannen en kanaaltracés zijn in de praktijk onmisbaar om die twee documenten te onderbouwen, maar ze zijn geen afzonderlijk voorgeschreven stuk. Vergelijkt u offertes, let dan op wat er inhoudelijk geleverd wordt en niet op het aantal documenten. Welke debieten gehaald moeten worden, staat in de ventilatiedebieten per ruimte.
De twee documenten wegen niet even zwaar
Dit is het punt waar veel samenvattingen de bal misslaan. Ontbreekt het ventilatievoorontwerp, dan mag de EPB-verslaggever een startverklaring opmaken en indienen waarin gerapporteerd wordt dat er geen voorontwerp is. Die startverklaring is dan gewoon geldig, en er is momenteel geen sanctie voor de aangifteplichtige. Wordt in een latere bouwfase alsnog een voorontwerp opgemaakt, dan kan de startverklaring aangepast en hernieuwd worden. Het dossier ligt dus niet stil.
Ontbreekt het ventilatieprestatieverslag, dan is het beeld helemaal anders. Dat leidt tot een verhoging van het E-peil, tot rapportering zonder aanwezige ventilatie, en tot boetes. Er kan wel een geldige EPB-aangifte ingediend worden, maar dan worden de prestaties als “niet gekend” beschouwd. Concreet: alle hygiënische ventilatiedebieten voor toevoer, doorstroom en afvoer worden op 0,000 m³/h gerapporteerd, er wordt geen enkele toevoer-, doorstroom- of afvoeropening gerapporteerd, en de m-factor krijgt de waarde bij ontstentenis van 1,5. Bij een systeem D wordt de warmteterugwinning dan ingerekend via de onbalans tussen de geëiste toevoer- en afvoerdebieten.
Ter vergelijking: bij een aangetoonde uitvoeringskwaliteit daalt die m-factor naar 1,26 bij systeem A, 1,17 bij systeem B, 1,017 bij systeem C en 1,00 bij systeem D. Het verschil komt rechtstreeks in de ventilatieverliezen van de E-peilberekening terecht. Zie de waarde bij ontstentenis.
De echtheid van een prestatieverslag kan gecontroleerd worden met de referentiecode die erin staat, via de controlelink van de kwaliteitsorganisatie waaronder het is opgemaakt. Voor BCCA en SKH bestaan zulke links; voor AD-CO bv (Q Base) is er geen controlelink teruggevonden.
Eén datum in de bron klopt niet
Vanaf welke datum de opmaak van het prestatieverslag precies verplicht werd, is uit de gepubliceerde teksten niet eenduidig af te leiden. Op dezelfde pagina staat zowel dat de opmaak verplicht is “in geval van EPB-aangiftes vanaf 1 januari 2017” als dat ze niet verplicht is “in geval van EPB-aangiftes tot en met 30 juni 2017”. Dat overlapt zes maanden. Een andere paginatitel wijst op 1 juli 2017 als werkelijke grens, maar dat is niet hard te maken.
Speelt die periode in uw dossier, dan is dit een punt om na te vragen bij het VEKA in plaats van er zelf een kant in te kiezen. Ook de wettelijke basis wordt inconsistent geciteerd: op de ene pagina staat het ministerieel besluit van 28 december 2018, op een andere dat van 28 januari 2018.
Wie draagt de boete als de ventilatie niet klopt?
Niet de ventilatieverslaggever. Die komt in geen enkele van de zeven boetecategorieën voor; een boetebepaling ten laste van de ventilatieverslaggever bestaat niet in de gepubliceerde tabellen.
De aangifteplichtige blijft aansprakelijk voor het voldoen aan de ventilatie-eisen, en de EPB-verslaggever blijft aansprakelijk voor de correcte rapportering van de ventilatiegegevens in de EPB-aangifte. Fouten bij het rapporteren van ventilatiesystemen kunnen dus tot een boete voor de EPB-verslaggever leiden. Zie wie welke EPB-boete draagt.
Waarom de twee rollen elkaar nodig hebben
De cijfers uit het ventilatiedossier komen rechtstreeks in de EPB-berekening terecht. Wijzigt het systeem op de werf, dan wijzigt niet alleen het ventilatieverslag maar ook de EPB-berekening. Wordt een debiet niet gehaald, dan is dat geen los ventilatieprobleem: het raakt de aangifte.
Liggen beide rollen bij verschillende bureaus, dan verloopt die afstemming per e-mail en meestal via u. Liggen ze bij hetzelfde bureau, dan verloopt ze intern. Daarom bieden wij EPB-verslaggeving en ventilatieverslaggeving samen aan, en niet als twee losse offertes met twee losse planningen. Ook collega-bureaus lopen tegen die scheiding aan; wij nemen dat luik op in onderaanneming, van voorontwerp tot prestatieverslag of enkel het deel dat u kwijt wil.
De volgende stap
Weet u nog niet welk systeem uw project krijgt, begin dan bij systeem A, B, C of D. Weet u dat wel, bereken dan uw richtprijs met de offerte-configurator of neem contact op. Valt uw project onder het kwaliteitskader, dan hoort het voorontwerp vóór de werken opgemaakt te zijn.
Hier zelf mee te maken?
Bekijk wat wij doen, of vraag meteen een richtprijs voor uw eigen project.
Meer over ventilatie
De ventilatiedebieten per ruimte: 3,6 m³/h per m², met minima en grenzen
Bij nieuwbouw en IER van een woning geldt 3,6 m³/h per m². De minima en grenzen per ruimte, de doorstroomopeningen, en wat er bij renovatie geldt.
LezenNieuwe ramen in een woning? Dan geldt er een toevoereis in die ruimte
Vervangt u vensters in een droge ruimte van een woning, dan geldt een toevoereis van maximaal 45 m³/h per lopende meter venster. En wanneer niet.
LezenVentilatie bij gefaseerd renoveren: de eisen gelden op wat u nieuw maakt
Bij renovatie gelden de ventilatie-eisen alleen op de nieuwe of verbouwde delen. Dat maakt faseren mogelijk, mits u per fase weet welk eisenpakket geldt.
Lezen