Luchtdichtheid en de blowerdoortest: wat de v50-waarde met uw E-peil doet
· bijgewerkt op 27 augustus 2026
De EPB-regelgeving legt geen enkele eis op aan de luchtdichtheid van een gebouw. Er bestaat geen grenswaarde die u moet halen, en u kunt op luchtdichtheid dan ook niet beboet worden. Toch is de blowerdoortest een van de weinige ingrepen waarmee u uw E-peil nog kunt verlagen nadat de plannen vastliggen. Dat komt door de waarde bij ontstentenis: meet u niet, dan rekent de software met een zeer ongunstig cijfer dat niets met uw gebouw te maken heeft.
Dit artikel gaat over woningbouw: nieuwbouw van woningen en appartementen, en ingrijpende energetische renovatie. Het toepassingsgebied is hier wel breder dan bij de meeste EPB-onderwerpen: de regels rond luchtdichtheid gelden voor alle bouwaanvragen, ook voor niet-residentiële gebouwen en voor gewone renovaties.
Wat de meting doet
Wind, verwarming en ventilatie veroorzaken samen een drukverschil tussen binnen en buiten. Daardoor dringt koude lucht binnen via kieren en spleten, en ontsnapt warme lucht. Dat kost energie, maar het veroorzaakt ook tocht en condensatie, en dus schimmelvorming.
Een blowerdoortest brengt dat lek in kaart. Er komt een ventilator in een deur- of raamopening, de rest van de schil wordt volgens vaste regels voorbereid, en de meting bepaalt hoeveel lucht er bij een drukverschil van 50 Pa doorheen de gebouwschil gaat.
De v50-waarde en haar twee zusters
Er circuleren drie grootheden, en ze worden geregeld door elkaar gehaald.
| Grootheid | Wat het is | Eenheid | Rol in EPB |
|---|---|---|---|
| V50 | het totale lekdebiet bij 50 Pa | m³/h | het rechtstreekse resultaat van de meting |
| v50 | het lekdebiet per m² verliesoppervlakte bij 50 Pa | m³/h.m² | dit is de waarde die u in de EPB-aangifte rapporteert |
| n50 | het infiltratievoud: lekdebiet gedeeld door het binnenvolume | 1/h | kunt u nergens invullen; EPB berekent het interne volume niet |
Die n50-waarde is de bekendste in bouwmiddens en de minst bruikbare in een EPB-dossier. Ze staat vaak wel op het meetrapport, en wordt geregeld per vergissing overgenomen als v50.
De v50 wordt bekomen door het gemeten lekdebiet te delen door de verliesoppervlakte (Atest) van het gemeten deel van het gebouw. Die oppervlakte moet volgens de EPB-regels berekend zijn, en de luchtdichtheidsmeter is daar niet verantwoordelijk voor: de EPB-verslaggever levert die aan. Staat er een v50 op de conformiteitsverklaring die met een andere oppervlakte berekend is, dan klopt uw aangifte niet.
Ter oriëntatie: zeer luchtdichte gebouwen halen een v50 van 2 à 3 m³/h.m².
Wat er gebeurt als u niet meet
Zonder meting valt de berekening terug op de waarde bij ontstentenis. Die is er niet één, maar twee:
| Berekening | Waarde bij ontstentenis voor v50 |
|---|---|
| verwarmingsberekeningen | 12 m³/h.m² |
| koelberekeningen en de evaluatie van het risico op oververhitting | 0 m³/h.m² |
Die 12 m³/h.m² is het cijfer dat pijn doet. Er bestaat een officiële vuistregel: een daling van de v50-waarde met 1 m³/h.m² komt overeen met een daling van ongeveer 1 E-peilpunt. Een gebouw dat in werkelijkheid op 3 m³/h.m² uitkomt maar niet gemeten wordt, laat daarmee grofweg negen E-peilpunten liggen. De exacte daling hangt af van de rest van het gebouw en is enkel via de EPB-software op uw eigen project te bepalen, maar de orde van grootte verklaart waarom deze meting zichzelf bijna altijd terugbetaalt.
Let op één veelgemaakte fout. Sommige verslaggevers vullen manueel 12 m³/h.m² in zonder dat er een meting is gebeurd. Dat is niet correct. Is er geen meting, dan hoort in de EPB-software 3G bij de vraag of de meetwaarde van het lekdebiet gekend is, uitdrukkelijk neen aangevinkt te worden. Meer over hoe dat mechanisme werkt, leest u bij de waarde bij ontstentenis.
De luchtdichtheid werkt trouwens niet alleen door in het E-peil. Ze beïnvloedt ook de netto energiebehoefte voor ruimteverwarming, het S-peil en het risico op oververhitting. Die tweede richting is het addertje: het lekdebiet telt zowel in de koelberekening als in de verwarmingsberekening mee, waardoor een extreem cijfer in de ene of de andere richting tot verrassingen kan leiden.
Welke zone gemeten wordt
De te meten zone bevat minstens het volledige EPW- of EPN-volume, en bevat geen ruimten die buiten het beschermd volume vallen, zoals aangrenzende onverwarmde ruimten. Het is de aanvrager van de test die de zone bepaalt, niet de uitvoerder, en hij doet dat het best in overleg met de architect en de verslaggever, zodat de zone overeenstemt met de opdeling in de EPB-aangifte.
Dat bepaalt de praktische uitvoering. Twee voorbeelden uit dezelfde woning:
- Liggen de onverwarmde zolder en de garage binnen het beschermd volume, dan maken ze deel uit van het EPW-volume en moeten ze mee gemeten worden. Het zolderluik moet tijdens de meting open staan. Blijft het dicht, dan mag het resultaat niet gebruikt worden en valt u terug op de waarde bij ontstentenis.
- Liggen zolder en garage buiten het beschermd volume, met isolatie in de zoldervloer en in de muur naar de garage, dan gelden ze als aangrenzende onverwarmde ruimten en mogen ze niet tot de meetzone behoren. Het zolderluik en de garagedeur moeten dan gesloten zijn, maar mogen niet afgedicht worden. Ook hier: fout uitgevoerd is meting onbruikbaar.
Eén beslissing over het beschermd volume keert de voorbereiding van de meting dus volledig om.
Wanneer de meting geldig is
Om een meting in de E-peilberekening te mogen gebruiken, moet ze onder het juiste kwaliteitskader uitgevoerd zijn. Welk kader geldt, hangt af van de datum van de meting, niet van de datum van de bouwaanvraag.
| Datum van de meting | Voorwaarden |
|---|---|
| tot en met 31-12-2014 | geen eisen aan de meter zelf; de meting moet voldoen aan MB 02/04/2007, bijlage VI |
| 01-01-2015 tot en met 30-04-2018 | uitvoerder erkend door een kwaliteitsorganisatie, meting conform STS-P 71-3, conformiteitsattest |
| vanaf 01-05-2018 | uitvoerder erkend door een kwaliteitsorganisatie die op haar beurt door het VEKA erkend is, meting conform STS-P 71-3, conformiteitsattest van die erkende organisatie |
De door het VEKA erkende kwaliteitsorganisaties zijn BCCA vzw en SKH BV (beide erkend op 23 februari 2022) en AD-CO BV, bekend als Q Base (9 mei 2025). De echtheid van een conformiteitsverklaring kunt u online controleren met de referentiecode die erop staat.
Voor metingen vanaf 1 januari 2015 hebt u twee stavingsstukken nodig: het proefverslag met de gegevens over het gemeten gebouw, de meting en de meter, en de conformiteitsverklaring met haar identificatiecode, die u in de EPB-software 3G invult. Dat het lekdebiet correct gemeten is, betekent echter nog niet dat het ook in uw aangifte gerapporteerd mag worden. Controleer twee dingen: komt de gemeten zone overeen met de betrokken EPB-eenheid, en stemt de toestand tijdens de meting overeen met de as-built toestand uit de aangifte. Alle openingen voor technieken die in de aangifte staan, moeten op het moment van de meting effectief aanwezig zijn. Ligt de meetdatum ver vóór de ingebruikname, kijk daar dan extra naar. Welke stukken uw E-peil dragen, staat in stavingsstukken en uw E-peil.
Wanneer de meting zinvol is
De meting is nooit verplicht, maar ze loont bijna altijd wanneer er bewust aan luchtdichte aansluitingen gewerkt is. Wat wij daarbij aanraden:
Reken bij de ontwerpberekening conservatief. Wie een meting plant, gaat in de EPB-ontwerpberekening het best uit van een voorzichtige waarde, bijvoorbeeld een v50 van 6 m³/h.m². Zo bouwt u geen E-peil op een cijfer dat u nog moet waarmaken.
Meet op het juiste moment. De schil moet dicht zijn en alle doorvoeren voor technieken geplaatst, maar er moet nog tijd zijn om lekken te herstellen. Een meting die enkel een getal op papier zet, komt te laat.
Stem de meetzone vooraf af. De discussie over zolder, garage en beschermd volume hoort bij de voorbereiding, niet op de werf.
Ook vakgenoot mijnepb.be behandelt dit onderwerp, in Blowerdoortest: wanneer verplicht bij nieuwbouw en renovatie.
Wat wij doen
Wij voeren de meting zelf uit en verwerken ze meteen correct in het dossier: de juiste verliesoppervlakte volgens EPB, de juiste v50 in de aangifte en de conformiteitsverklaring bij de stavingsstukken. Op onze pagina over de blowerdoortest leest u hoe de meting praktisch verloopt en voor welke gebouwen wij ze doen. Twijfelt u of een meting in uw geval genoeg oplevert, dan rekenen wij dat vooraf door op uw eigen project.
Wat luchtdichtheid samen met isolatie en compactheid in uw schilcijfer doet, leest u bij E-peil, S-peil en K-peil. Voor een prijs op maat loopt u de offerte-configurator door.
Hier zelf mee te maken?
Bekijk wat wij doen, of vraag meteen een richtprijs voor uw eigen project.
Meer over producten en materialen
Binnenisolatie in EPB: geen U-eis, maar wel meetellen voor de 75%
Isoleren aan de binnenzijde krijgt geen maximale U-waarde, maar telt wel als geïsoleerd in de 75%-toets voor een IER. Wat dat commercieel betekent.
LezenDakisolatie in EPB: de U-eis, na-isolatie en de 75%-toets
De U-eis van 0,24 W/m²K op daken en plafonds, het aparte vak voor na-isolatie, en wanneer een dak wel of niet meetelt in de 75%-toets voor een IER.
LezenDe g-waarde van beglazing en de rol van zonwering
De g-waarde bepaalt hoeveel zon uw glas doorlaat. Hoe die samen met zonwering de oververhittingsindicator en uw E-peil stuurt.
Lezen