Naar de inhoud
Regelgeving

Van BEN naar emissievrij: waarom 15 kWh/m² strenger is dan 25

· bijgewerkt op 27 augustus 2026

Voor een nieuwbouwwoning met een vergunningsaanvraag vanaf 1 januari 2025 bedraagt het minimumaandeel hernieuwbare energie 15 kWh per m² bruto vloeroppervlakte per jaar. Voor aanvragen van 2023 en 2024 was dat 25 kWh/m². Dat lijkt een versoepeling en is het niet: tegelijk zijn de toegelaten technieken teruggebracht tot enkel zonne-energie, dus zonnepanelen en zonneboilers, of participatie. Warmtepomp, warmtepompboiler, biomassa en stadsverwarming tellen bij nieuwbouw niet meer mee.

Dit artikel behandelt woningbouw. Voor niet-residentiële nieuwbouw geldt dezelfde omslag met andere getallen; voor industrie geldt er geen eis op hernieuwbare energie, bij geen enkele aard van de werken.

Wie alleen de cijfers vergelijkt, trekt de verkeerde conclusie

Onder de oude regeling kon een nieuwbouwwoning de eis van 25 kWh/m² invullen met de warmtepomp die er toch al kwam. Dat is de weg die nu wegvalt. Sinds vergunningsaanvragen van 2025 wordt bij nieuwbouw enkel nog gekeken naar de eigen productie via thermische en fotovoltaïsche zonne-energiesystemen. De reden die de overheid geeft: fossielvrij verwarmen wordt sowieso de standaard, omdat een gasaansluiting bij nieuwbouw geen optie meer is.

Het gevolg is dat de eis van een rekenkundige oefening een ruimtelijke oefening wordt. Vroeger kon u het aandeel op papier oplossen met een techniekkeuze; nu vraagt het dakoppervlak en oriëntatie.

Aard en bestemmingBouwaanvraag 2023 en 2024Bouwaanvraag vanaf 2025
Nieuwbouw, wonen25 kWh/m² per jaar, ruime techniekenlijst15 kWh/m² per jaar, enkel zonne-energie
Nieuwbouw, niet-residentieel35 kWh/m² per jaar, ruime techniekenlijst20 kWh/m² per jaar, enkel zonne-energie
IER, wonen en niet-residentieel20 kWh/m² per jaar, ruime techniekenlijst20 kWh/m² per jaar, ruime lijst blijft
Gewone renovatie, alle bestemmingengeen eisgeen eis
Industrie, alle aard van de werkengeen eisgeen eis

Let op de derde rij. Bij een ingrijpende energetische renovatie is er niets veranderd. Daar blijft 20 kWh/m² gelden, en warmtepomp, warmtepompboiler, ketel, kachel of WKK op biobrandstof en stadsverwarming via een warmtenet tellen daar wél nog mee. Bij een IER mogen bovendien bestaande zonnepanelen ingerekend worden. Wordt biomassa ingezet om het aandeel in te vullen, dan moet het toestel voldoen aan energie-efficiëntieklasse A+ volgens het Europese energielabel, voor EPB-aangiften vanaf 5 juli 2024. Het volledige overzicht staat in het minimumaandeel hernieuwbare energie.

Participatie ligt altijd 10 kWh/m² hoger

Er is één alternatief: participatie. Dat ligt telkens 10 kWh/m² boven het algemene eisenniveau, aan minstens 75 eurocent per kWh. Volledige participatie betekent dus minstens 25 kWh/m² en minstens 18,75 euro per m² voor een nieuwbouwwoning, en minstens 30 kWh/m² of 22,50 euro per m² voor een niet-residentiële eenheid en bij een IER. Gedeeltelijke participatie kan als aanvulling op zonne-energie, waarbij in totaal ook 10 kWh/m² extra geïnvesteerd moet worden.

Haalt u het aandeel niet, dan verstrengt het maximale E-peil met 15% bij nieuwbouw, dus E26 in plaats van E30 voor een woning. Bij een IER bedraagt die verstrenging 10%. Wordt bij nieuwbouw ook de eis op lagetemperatuurverwarming niet gehaald, dan lopen beide verstrengingen op tot 30%. Een individuele vrijstelling van de eis op hernieuwbare energie of van de E-peileis is niet mogelijk; dat staat uitdrukkelijk zo in de regelgeving.

Waar het E-peil vandaag staat

Het verstrengingspad naar BEN is afgerond. Voor woongebouwen ging het van maximaal E100 in 2006, via E80 voor bouwaanvragen in 2010 en 2011 en E35 vanaf 2020, naar E30 vanaf bouwaanvragen van 1 januari 2021. De volledige jaar-per-jaar reeks tussen 2012 en 2019 publiceert de overheid niet als aaneengesloten lijst; die staat per jaar in de afzonderlijke eisentabellen.

Voor een IER van een woning geldt maximaal E60 per wooneenheid, verstrengd van E70 naar E60 voor bouwaanvragen vanaf 2022. Ter vergelijking: de eisentabel van 2018 vermeldde daar nog E90. Daarnaast geldt bij nieuwbouw van woningen een S-peil van maximaal S28 per wooneenheid, voor bouwaanvragen vanaf 2022 en voordien S31. Zie E-peil, S-peil en K-peil.

Er is geen aangekondigde Vlaamse verstrenging

Dit is het punt waar planningen het vaakst op vooruitlopen. Voor bouwaanvraagjaar 2026 verstrengt er niets. De wijzigingen die de overheid voor 2026 opsomt, raken de rekenmethode en de procedures, niet de eisenniveaus. En een aangekondigde verstrenging naar E20, E0 of “emissievrij” in de Vlaamse EPB-regelgeving is er vandaag niet.

Wat er wel ligt, is Europees. De herziene richtlijn 2024/1275 mikt op een volledig koolstofvrij gebouwenpark tegen 2050 en bevat onder meer:

  • emissievrije gebouwen: nieuwe gebouwen van overheden vanaf 2028, alle nieuwe gebouwen vanaf 2030, alle bestaande gebouwen tegen 2050;
  • minimumnormen voor energieprestatie (MEPS): renovatie van de slechtst presterende niet-residentiële gebouwen tegen 2030 en 2033, en een traject voor woongebouwen tegen 2030 en 2035;
  • nationale renovatieplannen met doelstellingen voor 2030, 2040 en 2050, en renovatiepaspoorten;
  • verplichte zonnepanelen bij nieuwbouw, publieke gebouwen en grote renovaties;
  • geen subsidies meer voor louter fossiele verwarmingsketels vanaf 2025.

De lidstaten moeten die richtlijn in 2026 omzetten. Op dit moment staat er nog geen Vlaamse omzetting van deze data in de EPB-eisen. Hoe “emissievrij gebouw” in een Vlaams eisenniveau vertaald wordt en welk E-peil daarbij hoort, is dus niet bekend. Wie vandaag een planning op een concreet Vlaams cijfer voor 2030 bouwt, bouwt op een aanname.

Vanaf 2027 komt er daarnaast een Europese koolstoftaks (ETS2) op fossiele brandstoffen. Dat is een kostenargument bij een techniekkeuze, geen EPB-eis.

De datum die uw eisenpakket vastlegt

Welk eisenpakket geldt, wordt bepaald door de datum van de vergunningsaanvraag of melding, niet door de start of het einde van de werken. Een project met een aanvraag in 2026 blijft onder de eisen van 2026 vallen, ook als de oplevering pas in 2030 gebeurt.

Twee overgangsregels verdienen aandacht bij gefaseerde ontwikkelingen. Wordt voor het geheel een volledig nieuwe vergunning aangevraagd, dan gelden de eisen van dat nieuwe aanvraagmoment: een dossier uit 2024 dat in 2026 opnieuw vergund wordt, valt daarmee onder het regime vanaf 2025, inclusief het aardgasverbod, de 130%-eis en het zon-only regime. Gaat het om een wijzigingsvergunning zonder bijkomende EPB-eenheden, dan blijven de eisen van de oorspronkelijke vergunning gelden.

Leg de faseringskalender en de vergunningskalender daarom naast elkaar vóór de fasering vastligt. Welke eisen dat vandaag oplevert, staat in de EPB-eisen voor een vergunning in 2026; welke verwarmingskeuzes openstaan, in de tijdlijn voor uw verwarmingskeuze.

Wat dit vandaag van uw planning vraagt

Reken de gevoeligheid van uw ontwerpen door op het dakoppervlak, niet alleen op het E-peil. De verschuiving naar zon-only bij nieuwbouw verplaatst het knelpunt naar de vorm van het gebouw, en die ligt in het ontwerp vast lang voor de EPB-berekening klaar is.

Wij werken als vaste partner over meerdere projecten, met één aanspreekpunt per dossier. Hoe die samenwerking loopt, leest u bij professionele opdrachtgevers en bij EPB-verslaggeving; wilt u enkel capaciteit bijkopen, dan verloopt dat via onderaanneming. Loopt de fasering van uw portefeuille over deze data heen, leg het dan voor via contact.

Hier zelf mee te maken?

Bekijk wat wij doen, of vraag meteen een richtprijs voor uw eigen project.

Een vraag over uw eigen werf?

Wij denken liever vooraf mee dan achteraf te herstellen. Bellen kost u niets.