Naar de inhoud
Producten en materialen

Welke verwarming mag nog: de tijdlijn van verboden en rendementseisen

· bijgewerkt op 27 augustus 2026

Een verwarmingsinstallatie die u nu laat plaatsen, staat er over twintig jaar wellicht nog. De vraag is dus niet alleen wat vandaag mag, maar ook waar het kader naartoe gaat. Het belangrijkste dat u daarbij in de gaten houdt: bijna elke regel hieronder hangt aan de aard van de werken. Wat bij nieuwbouw verboden is, kan bij een bestaande woning gewoon nog.

Dit artikel gaat over woningbouw. De verboden en de rendementseis gelden in EPB-Pedia voor woongebouwen en niet-residentiële gebouwen; of ze ook bestemming industrie treffen, staat er niet.

De tijdlijn, met het toepassingsgebied erbij

SindsWat er geldtVoor welke werken
2021Maximaal E30 per wooneenheid, het eindpunt van het verstrengingspad naar BENnieuwbouw van woningen
2022Geen stookolieketel meer te plaatsennieuwbouw en IER, op het niveau van de EPB-eenheid
2022Stookolieketel enkel nog toegestaan waar geen aardgasnet beschikbaar isbestaande gebouwen
1 januari 2025Geen aardgasaansluiting meer toegestaannieuwbouw, woningen en niet-residentiële gebouwen
1 januari 2025Minimaal installatierendement 130%nieuwbouw en IER, enkel bij centrale verwarming met water als transportmedium
1 januari 2026Gewijzigde rekenwijze bij een WKK binnen dat installatierendementnieuwbouw en IER met een WKK
2027Europese koolstoftaks ETS2 op fossiele brandstoffen, aangekondigdgeen EPB-eis, wel een kostenpost

Aan de verwarmingsverboden zelf verandert er in 2026 niets. De laatste inhoudelijke stap dateert van 2025.

Stookolie: sinds 2022, met één uitzondering

In EPB-eenheden met als aard van de werken nieuwbouw of IER mag bij omgevingsaanvragen vanaf 1 januari 2022 geen stookolieketel meer geplaatst worden. Bij bestaande gebouwen wordt het plaatsen enkel nog toegestaan waar geen aardgasnet beschikbaar is.

Twee kanttekeningen die zelden gemaakt worden. Ten eerste maakt dit plaatsingsverbod geen deel uit van de EPB-regelgeving zelf: de verslaggever rapporteert waarheidsgetrouw, en de EPB-software toont bij de energiedrager gasolie enkel een informatieve, niet-blokkerende melding. Het verbod moet dus elders gehandhaafd worden. Ten tweede geeft EPB-Pedia geen exacte ingangsdatum binnen 2022 voor het verbod bij bestaande gebouwen, en ook geen definitie van “aardgasnet beschikbaar”. Twijfelt u of uw adres eronder valt, laat dat dan nakijken vóór u een offerte tekent.

Aardgas: verboden bij nieuwbouw, mogelijk bij een bestaande woning

Voor nieuwbouw is een aardgasaansluiting niet meer toegestaan bij bouwvergunningsaanvragen vanaf 1 januari 2025. Een hybride warmtepomp is daardoor bij nieuwbouw geen optie meer. Wat overblijft: een warmtepomp, een warmtenet, een biomassaketel in combinatie met een warmtepomp, of directe elektrische verwarming. Die laatste is toegelaten, maar weegt zeer nadelig door op het E-peil, behalve bij een zeer lage warmtevraag.

Bij een bestaand gebouw ligt het anders. Daar kan nog steeds een nieuwe gasketel geplaatst worden, en is de woning nog niet aangesloten, dan kan een aardgasaansluiting nog steeds aangevraagd worden. Sinds 2025 betaalt u daarvoor wel de werkelijke, hogere aansluitkosten in plaats van het begrensde bedrag van 250 euro. Voor wie renoveert is dat dus geen verbod, maar wel een post die in de vergelijking hoort.

De eis die de keuze in de praktijk bepaalt: 130%

Sinds bouwaanvragen van 1 januari 2025 moet het installatierendement van centrale verwarmingssystemen op de eigen site, met water als transportmedium, minstens 130% bedragen. Dat rendement wordt berekend als het opwekkingsrendement gedeeld door de primaire-energiefactor van de energiedrager, met factor 1 voor gas en 2,5 voor elektriciteit; bij meerdere opwekkers wordt een vermogensgewogen gemiddelde genomen.

Het praktische gevolg: verwarmen met enkel een fossiele ketel kan niet meer. Er moet minstens een warmtepomp bij, dus een hybride opstelling. Bij nieuwbouw valt die hybride optie weg door het aardgasverbod, zodat daar in de praktijk de warmtepomp of een warmtenet overblijft. Bij een IER blijft een hybride warmtepomp wel een geldige weg.

Let op het toepassingsgebied. De eis geldt bij nieuwbouw en IER, voor woningen en niet-residentiële gebouwen, en uitsluitend bij centrale verwarming met water als transportmedium. Warmtenetten, luchtverwarmingssystemen zoals lucht-luchtwarmtepompen en plaatselijke opwekkers zoals kachels vallen erbuiten. Bij een gewone renovatie geldt ze evenmin: daar gelden de klassieke installatie-eisen per toestel. Meer daarover in de installatie-eisen op uw verwarming.

Voor vergunningsaanvragen vanaf 1 januari 2026 verandert één rekenregel binnen deze eis: bij een warmtekrachtkoppeling wordt het rendement gelijkgesteld aan de som van het thermische en het elektrische rendement. Het eisenniveau van 130% blijft ongewijzigd.

Lage temperatuur: alleen bij nieuwbouw

Bij nieuwbouw met een E-peileis geldt sinds bouwaanvragen van 1 januari 2023 een ontwerpvertrektemperatuur van maximaal 45 °C, aan te tonen met een conforme dimensioneringsnota van het afgiftesysteem. Die eis geldt uitdrukkelijk niet bij een ingrijpende energetische renovatie, en ook niet bij een gewone renovatie of bij een systeem zonder water als afgiftemedium.

Halen wat de eis vraagt is één zaak, ze niet halen een andere. Wordt de eis lagetemperatuurverwarming bij nieuwbouw niet gehaald, dan verstrengt de E-peileis met 15%. Wordt ook het minimumaandeel hernieuwbare energie niet gehaald, dan stapelen beide verstrengingen op tot 30%. Het niet halen van de 130% werkt anders: dat levert een rechtstreekse boete op van 1 euro per procent afwijking en per m² bruto vloeroppervlakte, met een maximum van 25 euro per m².

Als uw ketel of warmtepomp blijft staan

Bij een renovatie of functiewijziging bestaat een automatische vrijstelling van het minimaal installatierendement voor ruimteverwarming, voor bouwaanvragen vanaf 1 januari 2023. Drie voorwaarden moeten samen vervuld zijn: de bestaande ketel of warmtepomp blijft behouden, het toestel is op het moment van de vergunningsaanvraag niet ouder dan 15 jaar, en de vloeroppervlakte die verwarmd wordt door nieuwe of vernieuwde afgifte-elementen bedraagt minder dan 25% van de totale bruikbare vloeroppervlakte.

Is de ketel tussen 15 en 20 jaar oud, dan bestaat er geen automatische vrijstelling maar wel een individuele uitzonderingsaanvraag bij het VEKA. Bij nieuwbouw geldt deze vrijstelling niet. De volledige lijst van installatie-eisen staat bij EPB-Pedia van de Vlaamse overheid.

2027: aangekondigd, geen EPB-eis

Vanaf 2027 komt er een Europese koolstoftaks, ETS2, op fossiele brandstoffen, waardoor aardgas en stookolie duurder worden. Daarnaast staat een taxshift op de planning, waarbij heffingen van elektriciteit naar fossiele brandstoffen verschuiven.

Beide zijn fiscale context, geen EPB-eis, en ze hebben geen invloed op het al dan niet voldoen aan de EPB-eisen. Concrete tarieven zijn er niet, en wij zetten er dan ook geen bedrag op.

Wat u vandaag al vastlegt

De voorbereiding zit niet in de keuze van het toestel, maar in de woning eromheen. Hoe lager het warmteverlies, hoe kleiner het vermogen dat u nodig hebt en hoe meer technieken er nog in aanmerking komen. Een woning die op lage temperatuur werkt, kan later van opwekker wisselen zonder dat het afgiftesysteem opnieuw moet. En uw opwekkerkeuze telt bij een IER wél mee voor het minimumaandeel hernieuwbare energie, bij nieuwbouw sinds 2025 niet meer. Dat verschil werken wij uit in het minimumaandeel hernieuwbare energie.

Laat het doorrekenen vóór de bestelling

De verwarming is de duurste beslissing in het eisenpakket, en ze ligt vast zodra de leidingen liggen. Wij rekenen bij de voorafberekening door welke combinatie van isolatie, afgiftesysteem en opwekker uw eisen haalt, en hoeveel marge u overhoudt. Bekijk wat wij voor particuliere bouwheren doen.

Loop de offerte-configurator door en u weet in enkele klikken in welke categorie uw project valt en wat de verslaggeving kost.

Hier zelf mee te maken?

Bekijk wat wij doen, of vraag meteen een richtprijs voor uw eigen project.

Een vraag over uw eigen werf?

Wij denken liever vooraf mee dan achteraf te herstellen. Bellen kost u niets.